Feuilles Volantes
Literatuur plots gekatapulteerd tot in het middelpunt van een maatschappelijke discussie? Het gebeurt nog hoogst zelden, zo lijkt het. Maar toen eind januari 2012 politierechter Peter D’Hondt een wegpiraat veroordeelde tot het lezen van de ‘requiemroman’ Tonio (2011) van A.F.Th. van der Heijden, laaide de oude vraag naar de relevantie van literatuur in volle hevigheid op. Van der Heijdens boek is een reconstructie van de laatste uren en dagen van zijn zoon Tonio, die op eerste pinksterdag 2010 om het leven kwam nadat hij werd aangereden door een auto...
België
christophe vekeman (1972) schreef onder meer de romans Alle mussen zullen sterven, Een borrel met Barry, Lege jurken en 49 manieren om de dag door te komen. Onder de titel Leven is werk zijn vele van de essays, reportages en interviews verzameld die hij in de loop der jaren in De Morgen publiceerde. Hij is een van de meest gevraagde en gesmaakte schrijvers op de Vlaamse en Nederlandse literaire podia, waar hij voornamelijk poëzie brengt, gebundeld in Señorita’s. Hij maakt deel uit van het Nederlandse Nightwriterscollectief, samen met onder meer Kluun, Tommy Wieringa en Herman Koch. In het voorjaar van 2012 verschijnt zijn nieuwe roman Een uitzonderlijke vrouw. Hij publiceert bij De Arbeiderspers.
annelies verbeke (1976) schreef de romans Slaap! (2003), Reus (2006) en Vissen redden (2009), de verhalenbundel Groener gras (2007) en de journalistieke bundel Wakker (2011). Haar werk won een aantal prijzen en verschijnt in 22 talen. Ze is columniste voor NRC Handelsblad en levert geregeld bijdragen aan andere kranten en tijdschriften. Ze was de coauteur van het filmscenario van Swooni (2011) van Kaat Beels. Samen met Yves Petry schreef ze het toneelstuk ‘Liefde bij wijze van spreken’ voor STUKKEN (2009) van tgStan. Voor Wunderbaum schreef ze ‘Rail Gourmet’ (2010), een voorstelling die werd geselecteerd voor het Theaterfestival 2010. Voor SKaGeN en het Octopus Solistenkoor schreef ze de tekst van ‘Almschi’ (2010). In februari 2012 gaat ‘Flow My Tears’ (Wunderbaum / Veenfabriek) in première.
peter van kraaij (1961) is theater- en filmmaker. Hij werkte in het verleden nauw samen met Josse de Pauw en maakte voorstellingen bij het Kaaitheater, De Tijd, het Zuidelijk Toneel en Toneelgroep Amsterdam. Hij schreef drie theaterteksten: ‘Het Kind van de Smid’ (met Josse de Pauw), ‘Sittings’ en ‘Trinity trip’. Sinds 2007 werkt hij als hoofd dramaturgie bij Toneelgroep Amsterdam. Als productiedramaturg is hij ook betrokken bij tal van voorstellingen van Ivo van Hove.
- Alleen maar radiostilte (2012)
Dominique Goblet is een voortdurend vernieuwende Brusselse striptekenares, schilderes, illustratrice en fotografe. Tot haar fascinerende beeldverhalen behoren onder meer Portraits crachés (1997), Souvenir d'une journée parfaite (2001), Faire semblant c'est mentir (2007), Les hommes-loups (2010), Chronographie (2010).
- Plus si entente (2011)
Marc Legendre wordt tot de belangrijkste stripauteurs in het Nederlandse taalgebied gerekend. Onder het pseudoniem Ikke maakte hij de uiterst succesvolle, hyperkinetische humorreeks Biebel. Met Jan Bosschaert creëerde hij de avonturenserie Sam. In 2001 zet Legendre een punt achter Biebel en legt hij zich toe op het schrijven van reisboeken en jongerenromans. In 2004 schept hij met het onthutsende Finisterre het eerste deel van wat zal uitgroeien tot de trilogie van de zinloosheid. Deel 2, Verder (2008), haalt als enige beeldroman ooit de shortlist van de prestigieuze Libris Literatuurprijs. Deel 3, Wachten op een eiland (2009), krijgt een theaterbewerking. Volgen: de verstripping van Reynaert de vos op tekst van René Broens, de donkere trilogie Misschien/Nooit/Ooit met Kristof Spaey en het tekstloze Asem met Marcel Rouffa. Marc Legendre woont sinds 2005 op het Canarische eiland El Hierro. Meer info: www.marclegendre.com.
- Valentijnsdag (2011)
Koenraad Tinel is beeldhouwer en tekenaar. Al vele jaren graaft hij met zijn werk in de mythen en oerverhalen van de mensheid. In Scheisseimer joeg hij de herinneringen aan zijn vroege kindertijd in de oorlogsjaren op papier. De 240 inkttekeningen die hij in een artistieke razernij van zich afschudde, werden verzameld in een verbluffend beeldverhaal en vormden de stof voor een succesvolle theatertournee. In Flandria Catholica bundelde hij zijn getekende herinneringen aan de periode 1946-1952 in Gent. Als beeldhouwer creëert hij vooral in metaal en mixed media. Koenraad Tinel werkt ook regelmatig samen met bevriende theatermakers en muzikanten. Meer info: www.koentinel.be.
Foto: Filip Dujardin.
- Eddy (2011)
Het Brussels Dichterscollectief is een meertalige groep stadsdichters die de ongekende lyrische rijkdom van de Belgische hoofdstad wil verkennen en verrijken. De dichters van het collectief schrijven gedichten in Brussel, over Brussel, geïnspireerd door Brussel. Ze doen dat elk afzonderlijk, maar vooral ook samen.
Het Dichterscollectief gelooft namelijk dat poëzie niet noodzakelijk een individuele kunstvorm is. Gedichten mogen ook het resultaat zijn van collectieve schrijfprocessen – zoals bekend van de Japanse renga, het cadavre exquis of de estafettevertaling – of beter nog, van herschrijfprocessen. Poëzie is soms de allercollectiefste expressie van het allercollectiefste gescharrel. In de jazz worden standards herwerkt, in de dub remixt men reggaesongs, heel de techno is gegroeid uit het idee van sampling, maar in de poëzie is het aanraken van andermans werk voor velen nog steeds een doodzonde. Terwijl het collectief vindt dat net dat de doodzonde is. De Brusselse stadsdichters geven maar al te graag de onschendbaarheid van hun lyriek op. Heiligschennis is heilzaam.
Het leverde al boeiende resultaten op. In 2009 was het Dichterscollectief de initiatiefnemer van De Europese Grondwet in Verzen, een grootschalig project in dertig talen waar meer dan vijftig dichters uit heel Europa bij betrokken waren, en ongeveer zeventig vertalers. Het collectief mocht naar hartenlust met de geleverde gedichten aan de slag: ze knipten, schoven en plakten tot er één lang gedicht over Europa ontstond.
Het Brussels Dichterscollectief (www.brusselspoetrycollective.net) kent een wisselende samenstelling. Aan het gedicht 'Humid Galaxy' (DW B 2011 4 BabelGium) werkten mee: Xavier Queipo, Liliane Wouters, Manza, Frank De Crits, David Van Reybrouck en Peter Vermeersch. De artistieke coördinatie is in handen van David Van Reybrouck en Peter Vermeersch. Het internationale literatuurhuis Passa Porta biedt logistieke en administratieve ondersteuning.
Frank De Crits (1942) is een Brusselse dichter. In vele van zijn gedichten staat zijn liefde voor de stad centraal. De Crits publiceerde 6 dichtbundels waaronder 33 werkwoorden en andere miezerigheden, Met chinese inkt en Dichter bij Brussel. Daarnaast vertaalde hij Macedonische poëzie en Franstalige gedichten van onder anderen Max Jacob en William Cliff. Hij schreef ook liedjesteksten voor Johan Verminnen en de folkgroep Rum.
Manza est un rappeur bruxellois d’origine marocaine. Il pratique un rap sans illusions mais engagé. Son objectif est de créer un hip-hop « conscient », c’est-à-dire une musique rythmique accompagnée de textes de nature souvent (anti)politique. Il y parle aussi de religion, d’économie, et d’aversion pour la violence. En l’an 2000, il crée l’asbl Marche à Suivre, qui organise entre autres des ateliers d’écriture; et en 2003, il collabore à une compilation musicale dont les bénéfices seront consacrés à l’aide à la Palestine. Manza a déjà 3 disques à son actif, mais aussi un ouvrage, Pensées en vrac. En 2008, il a publié son recueil de poèmes En Armes et Consciences.
Xavier Queipo (1957) is een Galicische auteur die sinds 1989 in Brussel werkt als Europees ambtenaar. Hij schrijft, naast zijn wetenschappelijke werk over mariene zoölogie en biologie, vooral proza, poëzie en kinderverhalen.
David Van Reybrouck (1971) is cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver. Hij woont al meer dan tien jaar in Brussel, waar hij onder meer succesvolle non-fictieboeken als De plaag en Congo schreef. Hij is de oprichter van het Brussels Dichterscollectief en sinds 2011 voorzitter van PEN Vlaanderen.
Peter Vermeersch (1959) is politicoloog, slavist, publicist en dichter. Hij woont in Brussel, en doceert en doet onderzoek aan de K.U.Leuven. Meer info: www.petervermeersch.net.
Liliane Wouters (1930) est poète, dramaturge, traductrice et essayiste. Le premier recueil de poème de Liliane Wouters, La marche forcée (1954), a remporté le Prix Polak. En l’an 2000, elle obtenait le Prix Goncourt de la poésie pour Le Billet de Pascal. Ses autres recueils, Le bois sec et Le gel, furent également un succès. C’est pour Le Rideau de Bruxelles qu’elle écrit sa première pièce de théâtre, Oscarine et les tournesols. Suivent La Porte en Vies et morts de Mademoiselle Shakespeare. Elle remporte son plus grand succès avec La salle des profs. Wouters traduit également du néerlandais, principalement de la poésie du Moyen-Âge. Les belles heures de Flandre est une anthologie de ses traductions. Liliane Wouters a aussi travaillé avec Alain Bosquet sur une vaste et riche anthologie, La poésie francophone de Belgique. Elle est membre de l’Académie Royale de Langue et de Littérature françaises de Belgique, de l’Académie Royale de Langue et Littérature néerlandaises, et de l’Académie européenne de Poésie.
Grégoire Polet, né à Bruxelles, est docteur en lettres de l'université de Louvain-la-Neuve, spécialisé en littérature espagnole. Il publie à vingt-six ans son premier roman, Madrid ne dort pas, et reçoit le Prix Jean Muno. En 2006, Excusez les fautes du copiste, l’histoire d'un peintre faussaire, bref roman mené de main de maître qui invite à une réflexion pleine d'une ironie mélancolique sur l'art, la vérité et le mensonge, lui vaut le prix spécial Écrivain de la Fondation Jean-Luc Lagardère ainsi que le prix Rossel des jeunes. Son roman suivant, Leurs vies éclatantes, explore une semaine dans la vie de nombreux personnages qui se croisent, se rencontrent ou s’ignorent, dans les quartiers de Paris. Il est sélectionné pour le Prix Goncourt 2007 et est récompensé par les Prix Fénéon et Grand-Chosier. Dernier paru, Chucho retrace vingt-quatre heures dans la vie d’un gamin des rues de Barcelone, vingt-quatre heures de bagarre entre un rêve et une réalité. Grégoire Polet est également traducteur. Il vit aujourd’hui à Barcelone.
- After the flood (2011)
Chika Unigwe is an Afro-Belgian writer of Nigerian origin. She was born and raised in Enugu. Unigwe has degrees from the University of Nigeria, the K.U.Leuven, and a PhD from the University of Leiden. A recipient of a Rockefeller Foundation Fellowship, a UNESCO fellowship, a HALD fellowship, she will be a fellow at the Ledig House in New York in October 2011. She has published widely in literary journals and newspapers. Unigwe is the author of fiction, poetry, articles and educational material. Her second novel, On Black Sisters’ Street, was published in Dutch in 2008 (as Fata Morgana) and in English in 2009. Chika Unigwe lives in Turnhout, Belgium. More info: www.chikaunigwe.com.
- Eèchtenteèchtig (2011)
Serge Delaive est poète, romancier et autres. Échantillon de recueils: Légendaire (Éperonniers, 1995), Le livre canoë (La Différence, 2001), Les jours (La Différence, 2006) et Art farouche (La Différence, 2011). Roman: Café Europa (La Différence, 2006) ou Argentine (La Différence, 2009). Aussi: Paul Gauguin, étrange attraction (essai – L’Escampette, 2011) et Pourquoi je ne serai pas français (pamphlet – Maelström, 2011). Voir: www.sergedelaive.net.
- Logorrhée des frontières (2011)






