Feuilles Volantes
Hoe gaan we met de woonhuizen van overleden schrijvers om? Moeten ze na de laatste ademstoot van de auteur in ere worden gehouden als een schrijversschrijn, zonder dat er ook maar een inktpot van plaats verandert? Dient het publiek met een rood koord op afstand te worden gehouden? Of moet een eigentijds schrijversmuseum de 21e eeuw binnentreden en plaatsmaken voor publieksbeleving, participatie, interactie en een kunstenaarsdialoog tussen oud en nieuw? Af en toe staan...
De Papieren Man
- Audubons 'Birds of America' onder de hamer
- MatchBoox-collectie breidt razendsnel uit
- Nederland volgend jaar gastland op boekenbeurs van Beijing
- Alberto Manguel haalt zwaar uit naar grote uitgeefconcerns
- Brieven reisschrijver Bruce Chatwin gebundeld
- Resten Anne Frankboom naar musea
- Houellebecq, Nothomb en Despentes op koers voor Prix Goncourt
- 'Het huis van de moskee' van Kader Abdolah krijgt verfilming
- Shortlist Man Booker Prize bekendgemaakt
- Peter Carey nog op shortlist Man Booker Prize
de Reactor
Feuilles virtuelles 3: Jakhalzen en vlindervangers
Hoe Karel de Kale en Johanna de Waanzinnige aan hun epitheton zijn geraakt, vraagt niemand zich af. Karel was een jongen met een niet al te weelderige kruin. En dat Johanna Spanje doorkruiste met het al behoorlijk gistende lijk van haar overleden echtgenoot, zal de diagnose van de gerechtspsychiater geen deugd hebben gedaan. Niet zelden dus geldt voor een bijnaam: geen rook zonder vuur.
Ook in de wereld van de literatuur is zo’n bijnaam snel verdiend. Gotthold Ephraim Lessing was de Duitse Aesopus, Jean de La Fontaine de Franse, Castor staat voor Simone de Beauvoir en Victor Hugo was ‘le grand crocodile’ en ga zo maar door. De New Yorkse literair agent Andrew Wylie staat al een eeuwigheid bekend als de jackal, en dat is niet vanwege zijn lieve snoet. Hij zit al ‘sinds een paar decennia muurvast op de top van de apenrots der literair agenten’, zo poneerde NRC Handelsblad onlangs. Zijn portefeuille is inderdaad indrukwekkend: hij behartigt de literaire belangen van bijvoorbeeld Dave Eggers, A.M. Homes, Philip Roth, Orhan Pamuk en Salman Rushdie. Wylie heeft ook de literaire nalatenschappen van onder meer Saul Bellow, Yasunari Kawabata, Norman Mailer, Italo Calvino, Jorge Luis Borges en Giuseppe Tomasi di Lampedusa onder zijn hoede. Hij had ook mee de hand in het postume doorbreken van Richard Yates, W.G. Sebald en zijn nieuwste melkkoetje Roberto Bolaño.
In The Guardian werd hem een Darth Vaderaanpak aangewreven, NRC karakteriseerde hem dan weer als de ‘Machiavelli der letteren’. Je zou op den duur medelijden krijgen met de man, al draagt hij zijn geuzennamen niet zonder trots. Volgens de NRC-verslaggeefster klopt de omschrijving ‘jackal’ trouwens niet. ‘Het bleke, strakke gezicht, de ogen die zich half sluiten als hij zich iets herinnert – als we dan bij het dierenrijk te rade moeten, dan komen we toch eerder uit bij de solitaire hagedis die doodstil zit, en dan toeslaat. Raak.’ Enfin, compassie is zo te horen nergens voor nodig.
Een van Wylies recentste veelbesproken wapenfeiten betreft het ‘verkopen’ van het ‘manuscript’ van Laura, het laatste onafgewerkte boek van Vladimir Nabokov, dat medio november uiteindelijk uit zijn cocon kwam.
Nabokov had vlak voor zijn dood in 1977 gevraagd de 138 notitiekaarten van het boek in wording te verbranden, iets wat eerst weduwe Véra en later zoon Dmitri niet over hun hart kregen. De kwestie rond The Original of Laura zette de literaire goegemeente wereldwijd langdurig in rep en roer. Zoon Dmitri, die de nalatenschap van zijn vader beheert, besliste na lang wikken en wegen om het onafgewerkte Lau
ra uit te geven. Het manuscript lag dertig jaar lang in een kluis van een Zwitserse bank te verkommeren. Dmitri vond het work in progress evenwel ‘het meest briljante, originele en potentieel radicale script dat Nabokov ooit schreef’. De uitgave ervan kwam pas in een stroomversnelling toen Wylie de nalatenschap van Nabokov mee ging beheren. Hij sleet het ‘boek’ voor ronde sommen aan de verlekkerde, mondiale uitgeverswereld.
Het moet gezegd dat de uitgave in een vormgeving van Chip Kidd én met uitneembare systeemkaarten (die je als in een puzzel door elkaar kunt husselen) van een illustere, aparte schoonheid is. Maar het is zelfs voor de Nabokovkenner een stap in het duister, een soort wandeling met een blindenstok, onder de vleugels van een schrijver van wie de krachten zienderogen wegsmelten. ‘Een verschrikkelijk document’ en ‘hartverscheurend’, zo omschreef Doeschka Meijsing het geschrift in haar beschouwing in De Groene Amsterdammer. ‘De tweede helft van het boek is hartverscheurend en onttakelend. Je kijkt naar een oude man, dolend, de weg kwijt, zich flarden herinnerend van een boek waaraan hij werkte, soms bang en in paniek, niet meer de baas over zichzelf. Ik weet niet of ik het boek in Dmitri’s geval, tegen de uitdrukkelijke wens van zijn vader in, gepubliceerd zou hebben. Ik denk het niet. Het is te privé, het is te lelijk.’
Marketingtechnisch gezien kun je evenwel alleen maar bewondering hebben voor de kunde van Wylie om met enkele oude steekkaarten zoveel geld te verdienen én er – met behulp van Dmitri – een uitgekiende buzz rond te genereren. Of zou Wylie al in het spel zijn geweest van toen Dmitri openlijk twijfelde over wat hij nu met Laura zou doen? Wylie een jakhals? Nee, een harlekijnvlinder, een wollige mot die op suikerriet aast … Dat zou Vladimir beter hebben gevonden. Die had hij nog met zijn netje kunnen vangen.
Kort na de verschijning van het boek verblufte Wylie de wereld nogmaals. Hij liet samen met Dmitri plotsklaps het origineel van The Original of Laura veilen bij Christie’s. De opbrengst werd aanvankelijk geschat op 400.000 tot 600.000 dollar, want het gebeurt uiterst zelden dat er manuscripten van Nabokov op de markt komen. Maar op 4 december bleven de steekkaarten tot ieders verbazing in de magazijnen en raakten ze niet verkocht. Niemand bood het minimumbedrag.
Van een blauwtje gesproken … Temeer daar op diezelfde veiling de gammele typemachine van Cormac McCarthy, zijn trouwe Olivetti Lettera 32 die hem bijna 45 jaar had vergezeld, werd afgehamerd op 254.500 dollar. Dat was bijna twaalfmaal hoger dan de geschatte opbrengst. En McCarthy was niet eens uit op fors geldgewin: de opbrengst ging naar een onderzoeksinstelling in Santa Fe, waar hij vriend aan huis is.
De hagedis of jakhals, zoals u prefereert, ving bot. Maar wedden dat binnenkort, in betere tijden, The Original of Laura-fiches toch nog ergens discreet van de hand gaan?
24 december 2009



