Feuilles Volantes
Literatuur plots gekatapulteerd tot in het middelpunt van een maatschappelijke discussie? Het gebeurt nog hoogst zelden, zo lijkt het. Maar toen eind januari 2012 politierechter Peter D’Hondt een wegpiraat veroordeelde tot het lezen van de ‘requiemroman’ Tonio (2011) van A.F.Th. van der Heijden, laaide de oude vraag naar de relevantie van literatuur in volle hevigheid op. Van der Heijdens boek is een reconstructie van de laatste uren en dagen van zijn zoon Tonio, die op eerste pinksterdag 2010 om het leven kwam nadat hij werd aangereden door...
Gedichten
Zoals het is gemaakt
Een steen valt van een steiger. Verspilde zwaartekracht.
Als het zo simpel was, hadden we de kinderen allang
voor het eten binnengeroepen. Verhaal rond.
De werklui echter hangen verspreid door de straat
in hun eigen zwijgen vastgelopen. Luister.
Hagel op een leeg vat ergens waar gewerkt wordt.
Niet hier. Geen veld geen windstilte.
Een harde knak verpest het lekkere briesje.
Verderop winnen de gesprekken, hier het nagelbijten.
Wat moeten ze anders eeuwig doen?
Zo is het iedere avond. De bazen komen langs, fluitend
tussen de tanden. Ze hadden onze sigaretten
maar onze sigaretten hadden het te druk
met kinderen tellen, wilden nog een vuurtje.
Te laat. Dieren dringen het huis binnen. Wekken
grensverkeer. Slaap komt niet voor ze op
komt voor niemand. We zoeken zware beelden
al wat ons verlamt en neerslaat. Hoe moeilijk morgen ook
de zon zal werken, wij zullen er wederom zijn.
Kinderspel
De jongens verhuisden het slagveld
naar de voorkamer
lieten de meisjes achter
in het bos, tussen de gesprongen stoelen.
Ik had middagstilte besteld maar vertraging alom.
Brak bij de buren de radio uit, ik schreeuwde
links en rechts door de minuten heen
kan de dag ook in zo’n doodstille seconde?
We moeten een vader schieten
riep ik de troepen bijeen in de hoop op
veel tong uit de mond en geen woorden meer
maar voor er geschoten kon lieten zij merken
moest nog iets stuk.
We gingen alles kopen wat
in onze vingers kon verpulveren en te eten was
ons makend dat we groter worden.
Werden we groter?
De kruimels wezen alle kanten op.
Het waren net hersenen die wij niet langer
konden horen in ons hoofd.
Schatjes waren het, vingerkootjes
buigend tot konijnen op de witte muren
en voorop
de modder in alle plooien proppend
luid zingende piraten.
Ik wilde graag geloven dat ze gelijk hadden.





