Feuilles Volantes
Literatuur plots gekatapulteerd tot in het middelpunt van een maatschappelijke discussie? Het gebeurt nog hoogst zelden, zo lijkt het. Maar toen eind januari 2012 politierechter Peter D’Hondt een wegpiraat veroordeelde tot het lezen van de ‘requiemroman’ Tonio (2011) van A.F.Th. van der Heijden, laaide de oude vraag naar de relevantie van literatuur in volle hevigheid op. Van der Heijdens boek is een reconstructie van de laatste uren en dagen van zijn zoon Tonio, die op eerste pinksterdag 2010 om het leven kwam nadat hij werd aangereden door...
Dit is mijn stad
ik kan de dood zien in de ogen van mensen
in jouw ogen zie ik bijvoorbeeld de dood
ik zag een stad in rook opgaan
vrouwen en kinderen liepen achteraan
angst nekt de wens van broederschap
aan het eind van de rap lapt ieder zijn eigen ramen
iemand hield de meute in bedwang door te lachen als ghandi
iedere nul had zijn grimas met een platte stiet kunnen stiften
in plaats daarvan wachten we op ghandi als op een stoplicht of een brug
en van iedere honderd man keerde er minder dan één terug
hoe broos ook de vrede ik loop nog rond zonder koksmes in de rug
ik hoef de vrede niet terug ik neem de chaos aan als een kaakslag
ik ruik de metro richting gein zwanger van stress een airbus tikt het haantje op de wester aan
het vondelpark verzakt als een kleuter in een wak en ajax eindigt toch weer bovenaan
ik kan de dood zien in de ogen van mensen
in jouw ogen zie ik bijvoorbeeld de dood
de stad ging op in rook
raad wat ik zag toen het optrok
mannen met badges waarop hun naam en vrouwen badgeloos erachteraan
omdat het luchtalarm 24-7 klonk ontstond pas paniek toen het huilen als een laveloze brit verdronk
fuck de dag deze stad bestaat bij de gratie van bleekhuiden nachtbraak
jij ziet een leegloper die zijn roes uitslaapt
ik zie een dichter die jouw businessplan een oor aannaait
terroristen scheren hun berberbaard bouwputten vormen nieuw stalingrad
hoe broos ook de vrede ik loop nog rond de lachers hangen aan mijn kont
als de laatste dichter tegen de muur is gezet is het tijd voor avondvullend cabaret
de junk scheldt me uit voor daklozenkrant op de dam gaat het wit van hand tot hand
australië heet hier amsterdam noord op ’t mosplein wordt een brit om een blik vermoord
ik kan de dood zien in de ogen van mensen
en als ik leven zie haak ik als een afrikaanse schaatser af
de burgemeester smoezelt alles komt goed en hijst de driekruisenvlag
hij schrijft een prent voor een wildplas
macht is het saldo op je pinpas
amsterdam zuid snoozet terwijl noord oud casino vreet van bakker bart
de dam zakt in ’t rokin verdwijnt op cs geen trein een krater op ’t museumplein
helder als een mes in een hart
vals plat
dit is mijn stad





