Feuilles Volantes
Literatuur plots gekatapulteerd tot in het middelpunt van een maatschappelijke discussie? Het gebeurt nog hoogst zelden, zo lijkt het. Maar toen eind januari 2012 politierechter Peter D’Hondt een wegpiraat veroordeelde tot het lezen van de ‘requiemroman’ Tonio (2011) van A.F.Th. van der Heijden, laaide de oude vraag naar de relevantie van literatuur in volle hevigheid op. Van der Heijdens boek is een reconstructie van de laatste uren en dagen van zijn zoon Tonio, die op eerste pinksterdag 2010 om het leven kwam nadat hij werd aangereden door...
paarzang
paarzang
I
in het loof het bronstige elandmannetje
met de edelmetaalvacht de haren de juiste kamrichting op
de gestreelde wintervoorspeller
van het komende voorjaarsfatsoen
II
in het dorp snijdt de kappersitaliaan met stalinsnor
veegt hij bloedeloze dagen vers van het knipmes de markt op
wuiven ritselwitte haartjes op zijn pantserkruin wanneer hij
vrouwen scheert geeft hij het plein vol kinders
zachte handen
III
geboren verrader
klein genie
IV
ik ben de burgervader niet
niet de man met een paar knuisten
niet de waard met schavuitenguldens
ik ben de metropoliet
de hongeraar
de doezelaar
de hakkepuffer
V
samenklankopbouw waarbij de tonen zo dicht mogelijk bij elkaar liggen
VI
vandaag at de jagerszoon
at de moeder verder aan tafel
er werd een zoemen gegenereerd
malende kaken waar de honden geen brood van lustten
VII
rode ziel
achterdochtig wild
zangerig stuk vee
bejaagd hoefdier
aangezichtsreparateur
moeders vrijt met mannen
met misleide lieden die het weer voor waargenomen namen het bos ingetrokken
hun mannelijkheid langs stronken schurkten
met gezwollen scrotums marcheerden
tig maal daags de maan bevochten
bokkend aan kracht verloren
zacht gezegd markeerden
en of er geürineerd werd in de wildernis
en of er doodslag op grote schaal plaatsvond verlangend naar de paring
hoe er ritsig werd gevild
hoe er beroepsmatig het haar van anderen werd verzorgd
figaro figaro friseur
vijf mannen zingen samen
het vet lekt langs de kin van de weiman
het vet lekt langs de kin
de dwaling langs de balzak
de dwaling langs de zak
het weerbarstige grote hert uit de poolstreken stoot zijn klanken uit koperen longen
stoot melodieën door de dikke lucht
de man zit met een breed vertakt gewei in zijn maag
met een platte onderbuik te kijken naar moeders scharende muil
waar geen voldoening uit komt vallen
alleen tochtig de rug wordt toegekeerd





