Groenvoer - een inleiding in bonen

Verschenen in: Jaap en de bonenstaak


1. Strooi liever geen heksenpeultjes in het rond. Dat lijkt een verstandig advies: uit de achteloos weggeworpen toverbonen zou wel eens een metershoge staak kunnen schieten, vol oude scheuten en jonge loten, dwars doorheen het baldakijn, de lusters trillen ervan.

2. Wie zit er te wachten op een verstandig advies?

3. Astrid Lampe, Pol Hoste, Anneke Brassinga, Miguel Declercq, Jan Lauwereyns, Lucas Hüsgen, Rozalie Hirs en Samuel Vriezen & Taylan Susam alvast niet. En ook wij bonjouren onderhavige adviseur graag het huis uit – zijn wijze raad slijt hij maar aan de kasseien.

4. Wij dachten aan zich eindeloos vertakkende netwerken, aan almaar uitdijende spinnenwebben, aan woekerplanten, ranonkels en ondergrondse wortelstelsels. Een peultje van Paul Celan bracht de zaak pas echt aan het rollen: ‘Es klettert die Bohne vor / unserm Fenster: denk / wer neben uns aufwächst und / ihr zusieht.’ Dankzij de buren (zie 3) bloeit deze bonenstaak.

5. Hoe groen kijken zij?

6. Groen genoeg. Wij vroegen hun om op elkaars werk te reageren. Dat wil zeggen: een bonenstaak te laten groeien, buigzaam en onbreekbaar, waarin de verschillende kunstdisciplines een stevige opstap voor de klauteraar betekenen. De afzonderlijke bijdragen moeten zich als ranken om elkaar heen winden. Iedere loot vormt zijn eigen trede, maar maakt tegelijkertijd onlosmakelijk onderdeel uit van de jakobsladder.

7. Onze staak bevat drie gedichten, een kort verhaal, een brief, een strip, een essay, een ritmische typografie, een meerstemmige partituur (plus inleiding) en een plantaardige dialoog. Onder het mom van ‘networking the network’ legde fotograaf Herman van den Boom het groeien en bloeien vast. Hij toont de kunstenaar als klimoprank in het ijle – wie als laatste de top bereikt, heet heilig boontje.

8. Waar zal deze klim ons brengen, wat zullen wij daarboven aantreffen, hoe lenig moeten wij zijn als een reusachtige ons achtervolgt en wij van de ene loot naar de andere moeten springen om te ontkomen? Hoe behendig, hoe soepel, stug, volhardend? Zal de bonenstaak het houden?

9. Wij horen een vreemd soort Engels:

Fee!
Fie! Foe! Fum!
I smell the blood of an Englishman.
Be he ’live, or be he dead,
I'll grind his bones to make my bread.

10. Bonen zijn argumenten.

11. Het groene hart ontspruit, onze staak doorklieft de wolken, zwenkt plompverloren het uitspansel binnen. Of nog: de wereldboom loopt uit, een wapperende angel verbindt hemel en aarde.

12. Beste dalers en klimmers, laten wij het er maar op wagen – de lezer weze ons vangnet.