Kleine wandaden. Vijf tabloos bij de dood van Potske

Verschenen in: Jaap en de bonenstaak

     
       KLEINE WANDADEN, SPAANDERS VAN APPELSIENKISTEN, POTSKE DIE AMPER
       GISTEREN NOG POTSKE WAS, GROTE VOZE FLAPOREN, EEN VOLSLAGEN ZOTTIN,
       MIJN DAGELIJKS BROOD EN MIJN LEVEN MET JEFFREY LEE JUNKIE EN SORRY
       NAOMI, HELP ME PLEASE, NOT FADE AWAY


        (Algoritme voor een liefde dieper dan de zwartste rouw en elke oceaan en de Strontbeek
       ter hoogte van Coletteken Rijstpap op 28 oktober 1953)


1.
53/10/28 is mijn naam, mijn nummer is geheim en gebrandmerkt en gestreeld in de geheimtaal van Fibonacci uit de zweren in mijn kont.
       Mijn vader was een lelijke, oude brandweerman op een roestige bromfiets.
       Mijn moeder was een mooie, jonge, blonde hooimeid in een nolens volens bescheten onderbroek.
       Mijn grootmoeder Willemoens Elvire was een stinkende heks en mijn oudoom Willemoens Jan was de eerste en mede daardoor de laatste trotskist van Limburg, rust in putteke Jan en is Charlowie al aangekomen.

Vandaag is het vrijdag en morgen is het zaterdag. Omdat die dingen zo in elkaar zitten werken die dingen zo.
       Potske is altijd stoont. Vrijdag en zaterdag is Potske niet stoont. Gisteren in de late namiddag was Potske stoont en bovendien had Dikke Lou hem ladderbezopen en stomzat en straaldronken gevoerd met het oog op harde gore vuile seks in de bruine kont van Potske.
       Het raam van Potske stond open en rozen die bloeiden, loeiden de ether in van ons aller Bidonville Moestafa.
       Potske ging eens pissen of kakken of iet, of zijn potske zoeken of iet, u weet wel wat ik bedoel en u hoort mij al komen, Dikke Lou wist niet wat er nu weer precies aan de hand was en daardoor begreep Dikke Lou er noegabollen en de ballen van en ook zo okidoki de boeletten in tomatensaus, maar echt deren deed het Dikke Lou niet want Mohammed en Ali hadden tegen Dikke Lou gezegd als Potske dood is moet gij u dat niet aantrekken dan moet gij hem opblazen en afzuigen en ten grave dragen nu BLACK EUG behoort tot de geschiedenis van de Autochtone Zone.
       Bij valavond, toen de tv-man plechtig vertelde dat de schemering plots was ingetreden voor ons allen, viel Dikke Lou op het schijthuis van Potske (Potskes digital electronical imperial shithouse bureau #12 & 35) achtereenvolgens eerst in een diepe sluimer, een ronkende evenwel ongepolitoerde slaap en vervolgens in een COMA even diep als het allereerste van alle zwarte gaten die leidden tot het ontstaan van de kosmos, hosanna Potske, halleluja Dikke Lou, oh Potske, oh Dikke Lou, komt terug en kust mijn kloten want mijn kloten zijn eenzaam en hebben liefde nodig.
       Dikke Lou besefte plots dat er zo meteen in geen potskiaanse kont nog te kruipen zou vallen. Potske met z’n hele have en z’n hele goed en z’n hele hebben en z’n hele houden en z’n bescheten onderbroek viel nee donderde van punt in wit uit het bakstenen potskeverlichte gat van de zevende verdieping van z’n huis in de Lange Batterijstraat op het trottoir en brak, nota bene ter hoogte van de woning die de woning was van de dikke stinkende Ann Vermeylen, die al een maand of wat aan het leven en overleven was op frisco en dzjimdzjim en mager spek, zoals wij allemaal, behalve Plas Guido Plas Guido, die overleeft op kutsap op kutsap met azijn, zuur zuur zuur, Plas Guido Plas Guido Plas Guido, alles wat Potske had, botten, ribben, bekkens en bakkens en wat na dertig moeilijke maar draaglijke jaren en 120 wisselende seizoenen nog overbleef van z’n schedel, wat niet veel soeps meer was.
       Van dat hele Potske had ik plots niet zo’n hoog potsken neen petteken meer op.
       De laatste adem die Potske had uitgeblazen, steeg ten hemel en legde z’n klamme hand over Bidonville Moestafa en het hele godverdommese van de gele hond gescheten ten onder gaande Avondland, oh rust in putteke Oswald Spengler, oh Lee Harvey Oswald, oh rust in putteke Ray Manzarek, pijpt subiet uw eigen registers in plaats van die van de bevolking van Bidonville Moestafa, want nooit nog nooit nog zal Potske doen wat Potske zo graag deed, gatteken tast en tetteken ruis, fregakuletto e nondimeno palpitatettucce, oh Potske, oh Potske, tot subiet, Potske.

2.
Toen Potske dus gisteren uit het raam te pletter was geslagen, hielden de mannen en de vrouwen van het Klein Kadaster spoedberaad op de pinnekensdraad rond het peekenshuis dat heden ten dage alomtegenwoordig is in Bidonville Moestafa.
       Ik spreek nu over Potske Go Potske Go, Wittgenstein GoGoGo, en mede daardoor spreek ik over Plas Guido Plas Guido, Koningin Sonja van Noorwegen, Os Montesinos, Claus Els en met name Viviane, die zich altijd overal en ongevraagd mee bemoeit en het altijd beter weet en beweert dat het sneeuwt als de zwarte zon Bidonville Moestafa brandt en schroeit en in de billen hakt tot de zwarte dood intreedt van punt in wit in het diepste gaatje van de hardste eikel en Mustafa Kemal Atatürk denkt dat de fiere trotse Turkse natie naar de verdommenis wordt geholpen door Plas Guido Plas Guido en Plas Guido Plas Guido is een hond en Plas Guido Plas Guido heeft een schizofrene kozze en die kozze is een hond.
       Het Klein Kadaster beslist eensgezind, welvoldaan en dankbaar dat het Klein Kadaster, nu Potske niet meer bij ons is en niets doet vermoeden dat Potske zal terugkomen, mij Jeffrey Lee Junkie zal sturen om mijn bestaan te steunen en te stutten.
       Vanzelfsprekend en zoals die keer dat Bedaf Raimundo Van zich met de bakfiets te pletter reed op de gevel van het groene marmerpaleis, noord-noordwest van het speekselparadijs, werd de beslissing mij betekend door Plas Guido Plas Guido, die mij gelijk op fluistertoon de dood aanzegde.
       Hij dacht dat ik Cincinattus was, de snul, terwijl ik er trots op ben de geest van James Mason te zijn omdat mijn ma de bomma was van Shelley Winter en mijn pa de betovergrootvader van James Mason en vele nee zeer vele bastaardachterkleinkinderen tewerkgesteld waren inzake vele ambten, zoals minder Booischotse kantonnier en minder Dikke Gusta in Begijnendijk, oh Albert Szukalski, kom terug, kom nu onmiddellijk terug, hier ter plekke, want ik vrees dat de mensen niet weten wat hier aan de hand is, niets dus, en oh Albert Szukalski, blaas nog eens aan uw pijpken Vanilla Stink en deze idioten hun zak op en waarom, oh Szukalski, hebt gij marrebollen gescheten en geen eieren voor hun geld.

Koningin Sonja van Noorwegen en Claus Els wielden Jeffrey Lee Junkie mijn goede woning in, maakten hem summier maar adequaat wegwijs, zodat hij niet verloren zou lopen tussen de tafel en de stoel of tussen de vloer en het plafond.
       Zij zetten zich een ogenblik te rusten op spaanders van appelsienkisten, karige restanten van de laatste kotspartij van appelsinorda kistorna Brezen Brezet avanti Stockholm niet achterwaarts maar Stockholm voorwaarts, trokken zure smoelen en chagrijnige toten en vertrokken richting zuid-zuidoost, wie weet nu, vijf minuten later, nog naar waar, misschien vliegen ze Potske achterna, rust in putteke Potske, het zij zo.
       Jeffrey Lee Junkie heeft zich uit z’n winkelwagentje gehesen en zit in de duffekrapoo een grote dikke sigarenjoint te rollen, een stinkend corpus dat vorige winter niet zal bloeien in zijn tuin, alhoewel hij helemaal geen Russische zeikspier was.
       De wind waait plots heftig door het open raam naar binnen en de tabak en de wiet vliegen alle kanten op en of gijlie nu gelooft in water of gijlie niet gelooft in water als gijlie poedelnaakt staat te staan in de gietende regen op straat in de eenentwintigste eeuw, vlak na de dood van Potske, God hebbe Potske zijn klotske, dan wordt gijlie sowieso nat en als gijlie het vertikt om te geloven in Naomi zal Naomi tegen ullie zeggen blaast gijlie hem eens schonekens op en oh oh oh Malvina Reynolds, als gij goesting hebt om te poepen en gij niemand vindt om te poepen kom dan naar Lange Batterij 3 bus 1, vergis u niet Malvina, want in Lange Batterij 3 bus 2 woont de waanzinnige Eulaert Johnny, de blinde doofstomme gebochelde dwerg van Bidonville Moestafa, dan zullen wij branden een kaars en vreten gebakken drol van Plas Guido Plas Guido.
       Soms wil ik woedend worden, maar ik weet niet meer wat woede is.
       Soms wil ik razend worden en soms wil ik schijten, maar is mijn laatste scheet tot op de bodem van de laatste fles advocaat gesukkeld en weet hij dat hij de bastaardkozze is van bommama nee van peet maar hoe kan dat nu zijn want peet stierf in 1827 en heden zijn wij 28/10/06 en gedenken wij in de diepste armoede de diepste armoede namelijk de armoede Potske, rust in putteke Potske, God hebbe zijn ziel en zijn wiet en zijn klotske.
       De situatie escaleert, maar dat is nu eenmaal zo met situaties, die klotedingen escaleren.
       Het is pafboempatatkroketuitdemuur drie uur en de schietspoelen de sjerrebekken spoelza rusten in vrede en in hun nesten, zij hopen dat straks Dikke Lou hen met z’n winchester van hun schop schiet of godbetert met z’n laatste knal van hun schop schijt.
       Plots nee klots nee pots nee potske is het om een of andere reden zaterdag, overal, ook in de wereld van de rosse hoeren.
       Een volslagen zottin komt pas morgen pafboempatatkroketuitdemuur en in geval van nood, zelfs van punt in wit, Sorry Naomi.
       Als ze axiomatisch is, zal ze mij helpen om niet te deemsteren en als ze hypothetisch is zal ze mij, zoals elke dag, in slaap zingen met haar prachtige liedje over een volslagen zottin, mijn enige dochter en over hoe mooi het was toen zij een kind was in de weidse vlakte bij Coletteken Rijstpap zaten wij samen neder onze blinde ogen ten hemel in de taal die Lorm vaak sprak met Heidio toen en terwijl Heidio een afschuwelijke dood aan het sterven was en ik tegen haar zei kinneken kinneken een grote met mosterd en een kleine met mayonaise en een gebakken cervela en zei zij voor wie is de cervela en ik zei tegen haar neen het maakt niet uit geef hem maar aan papa.

3.
Het leven is soms heel erg moeilijk als je dochter een volslagen zottin is en als je dochter een volslagen zottin is kan het leven bikkelhard en onverbiddelijk zijn.
       Als ze gaat schelden en schimpen, dan.
       Als ze je eindelijk weer eens belt en zegt dat je een oude lelijke tandeloze lul bent, dan.
       Dan. Of als ze van je wegloopt en zegt dat ze nooit meer terugkomt en het is jouw dochter en het is jouw leven.
       En nu is godverdomme Potske dood.
       Al goed dat hij gaan vliegen is.
       Begrafenissen kosten geld.
       Alles kost geld.
       En in dode Potskes steekt het Klein Kadaster geen geld.
       Zeker niet als ze gaan vliegen zijn.
       Dat ziet het Klein Kadaster van hier.
       Morgen brengen gij.
       Nee.
       Botten Lowie.
       Sorry Naomi, ik kan het niet helpen, het leven is klote en het leven is kut en helpen kan ik niets meer, nooit meer, Sorry Naomi, help mij, nu, onmiddellijk.

4.
Vandaag is het zaterdag en schijnt de koperen ploert, maar morgen is het zondag en dan schudt Jezeken misschien zijn beddeken uit.
       In niemands hart dan enkel nog het mijne is nu Potske.
       Het zou prachtig zijn als Potske terugkwam maar dat denk ik niet.
       Had ik maar niet steeds dit rare psychotrauma, misschien was dan alles wat eenvoudiger.
       Maar goed, Sorry Naomi zegt dat aan het einde van deze lange martelgang de berusting zingt en de eeuwige vrijheid schittert als opaal en amethist en diamant en als Sorry Naomi dat zegt dan is dat zo, sorry Naomi, dat ik ging gaan zeuren, niet dus.
       Alleen die Jeffrey Lee Junkie die zit daar maar, heeft nog geen woord gesproken en niet eens een letter gezegd of gezet, tot nu, nu onmiddellijk, nu het scherm een oorlogsfilm met Burt Lancaster de kamer in floept, nu roept en brult en schreeuwt en tiert hij woeste klanken uit zijn strot die ik ontcijfer maar niet begrijp en nu staat hij op uit de duffekrapoo en gooit het scherm aan diggelen en is het licht plots zwart als steenkool en Kol Nidrei op. 45 en pek, nu rent hij door de kamer en zet de radio aan, Fred Brouwers leutert Skryabin/Scriabine de ether in, Jeffrey Lee Junkie gooit de radio aan diggelen.
       De hele vloer van mijn kamer die noodgedwongen ook de kamer is van Jeffrey Lee Junkie, ligt nu bedolven onder spaanders appelsienkist.
       Kotsbeu ben ik het en eerste werk morgenvroeg stap ik onvervaard en zonder angst naar Klein Kadaster en eis de verwijdering van Jeffrey Lee Junkie en de onmiddellijke terugkeer van Potske.

5.
Potske is dood en Potske is verdwenen en Potske komt nooit meer terug en dus, sorry, dus moet Naomi me nog even helpen tot ik zeker weet en niet geloof, tot ik weet dat een volslagen zottin nooit meer wegloopt en als ze wegloopt altijd terugkomt, volslagen zottin als ze is, de dochter die ik nooit had en ook nooit hebben zal, mijn Dagmar, mijn Saskia, mijn Marie-France, mijn Carla Bruni, I love you, pretty pretty pretty Peggy Sue, my Peggy Sue.
       Want hoe kan ik nu nog een volslagen zottin zien schitteren wijlen zij door de hallen van de bergkoning zoeft en het bericht voor de academie neerlegt in de schoot van Lady Macbeth, hoe moet ik mijn dochter ooit nog de klaagzang van Górecki horen ijlen wijl zij de eerste zwaluw wenkt, die geen lente maakt en sterft in het besneeuwde veld.
       Hoe hak ik nu mijn handen af, hoe verbrijzel ik nu mijn strottenhoofd, ik weet het niet, sorry, weet gij het, Naomi.
       Nooit eerder zag ik donkerbruine ogen met een flonkerende groene schijn en nooit eerder hoorde ik een geboren meisje het lied van Dawn Upshaw krijsen van blijdschap dan op 30 maart 1972.

En toen ik Cincinattus was en een blind kind en een doofstom kind en een kind zonder strottenhoofd en wratten op mijn eikel en mij, de kleine poedelnaakte Cincinattus, op 30 maart 1972 werd aangezegd dat ik mij moest haasten op mijn bakfiets en mijn triporteur en mijn trottinette naar het hospitaal van Zemst omdat plotseling van punt in wit mijn dochter, mijn enige eerste laatste dochter besloten had geboren te worden opdat zij zou verschijnen dacht ik bij mezelf wij kunnen kakken en pissen.
       Alleen onze liefde zullen wij nooit kunnen missen.
       Bel mij eens op als je denkt dat God rotpetot denkt dat het een goed idee zou zijn om mijn telefoon weer eens aan te sluiten en jij denkt, Sorry Naomi, vaders sterven nooit en dochters waren nooit zo mooi als jij.