Nippon is a place where nothing ever happens

Verschenen in: Jaap en de bonenstaak
Auteur: Peter Verhelst

1. jetlag

 
Stel dat iemand me achternakomt, bliksemsnel door glasvezelkabel,
of dat hij na al die jaren op de stoel naast bed gaat zitten, zal hij het zijn
die me eindelijk heeft weten te vinden, alle tijd van de wereld genomen.
Zal ik een hand op zijn wang leggen, plaats vrijmaken – de plek
die zichzelf warm heeft gehouden?

Misschien is er nog een lange winter nodig voor het verlangen ons overvalt
naar de eerste avond dat we buiten kunnen eten
met hernieuwde gezichten, in de weer met bestek waar we aan moeten wennen.

Als hij het is die me achternakomt, laat het dan aan de voet van de Fuji zijn.
Eeuw na eeuw gaf de vulkaan lava op, vormde zich laag na laag met zijn eigen verlangen.

Ik zit op een stoel te kijken hoe ik lig te slapen in bed. De een zal over de ander
smelten. In het meer
leeft de Fuji.
 

 
2. kimono


Vannacht rinkelde de glazen kast. Enkele centimeters per jaar
duiken de Pacifische en de Filippijnse onder
de Euraziatische plaat. Zo traag kruipt de schaduw van de ginkgo
van kamerhoek naar bed – hoofd onder zijden laken ademend
tot de poriën magnetisch, de wimpers trillend.

Leer te denken in karakters: zon, berg, huis, hoofd, Chinese wijsheden
te inhaleren, niet het deel, maar het geheel te zien, leer te denken
in groepsportretten: nooit ben je alleen geweest.

Als je wakker wordt, duw je het hoofd op, als verwacht je een heet
vochtig doekje. Duw je het hoofd door het raam, dan wrijft
een toekan zijn snavel door verf, schudt zich over het landschap leeg.

De Fuji in de mist is
een kimono op bed.

Je houdt een arm achter je hoofd. Het okselhaar legt de arm
als twee benen open.
 

 
3. sushi


Scheur gember, wikkel rijst in zeewier, vissenvel. Zo heet
is mierikswortel dat een kolibrie voor je hangend met zijn vlindertong
je voorhoofd doorboort. Probeer je niet van hem te ontdoen,
je hoofd schuddend tot het alleen uit losse tanden bestaat, maar zuig
het merg uit de botten, de kleuren uit de veren. Ga ’s nachts varen
op het meer – de boten vol naakte, dromerige vrouwen.
 
Spring uit het meer,
beklim de berg,
snuif de sneeuw,
plant je vlag.
 
De Fuji is groter dan ons
 
geloof erin.



4. hanami (dag van de bloesem)


Op de top van de Fuji staat een meisje
in de vorm van een vlag.
 
Haar gezang reist als een fakkel, van keel tot keel
van meisjes die op de rand van boten op hun tenen staan
 
naar het meisje op het plein
met een glas op de handpalm.
 
De stem van de berg
in het glas op het plein
 
als een gloeidraad
die springt.
 
Als het meisje haar vuist opent, mag je
de eerste bloesem zien.
 
 

5. shinpū (zero gravity)


Spring in de Fuji
Als spring je naar de kern
Van de zon – wees rust