Feuilles Volantes
Hoe gaan we met de woonhuizen van overleden schrijvers om? Moeten ze na de laatste ademstoot van de auteur in ere worden gehouden als een schrijversschrijn, zonder dat er ook maar een inktpot van plaats verandert? Dient het publiek met een rood koord op afstand te worden gehouden? Of moet een eigentijds schrijversmuseum de 21e eeuw binnentreden en plaatsmaken voor publieksbeleving, participatie, interactie en een kunstenaarsdialoog tussen oud en nieuw? Af en toe staan...
De Papieren Man
- Acht Vlamingen op lange tiplijst AKO Literatuurprijs
- Literair supplement - aflevering 16
- Franca Treur wint Selexyz Debuutprijs
- Michel Houellebecq schrijft Wikipedia over - en reageert op plagiaatbeschuldiging
- De Slegte zoekt vergeefs overnamekandidaat
- Nominaties voor NS Publieksprijs 2010 bekendgemaakt
- DW B exposeert 'Tegenlicht' in het Gentse S.M.A.K.
- PRESSE PAPIER # 13 - Nieuwe vertaling van 'Le grand Meaulnes'
- Nieuwe Europese literatuurprijs voorgesteld op Manuscripta
- Nederlands Boekenweekgeschenk mogelijk voor het eerst als e-book
de Reactor
DW B 2008 3: Ceci tuera cela. Literatuur en architectuur
Het boek en het gebouw hebben dezelfde maatschappelijke taak, namelijk het opslaan en uitdrukken van herinneringen en gedachten; het aanleveren van betekenis; het stellen van grenzen in wat in essentie chaos is; het opheffen van het egalitarisme. De uitvinding van de drukpers heeft, volgens Hugo, de architectuur gedood: het boek is efficiënt, goedkoop, hanteerbaar, draagbaar en flexibel; het gebouw is traag, stom, moeilijk en onverplaatsbaar. In moderne tijden wint het boek ─ de roman ─ het van de architectuur. Maar gedurende de twintigste eeuw werden zowel literatuur als architectuur af en toe doodverklaard. Beide disciplines hebben dezelfde vijanden en dezelfde verlangens: zodra de moderniteit goed en wel gevorderd was en het kapitalisme ontketend, en zodra de grote verhalen vernietigd waren, stonden architectuur en literatuur elkaar niet langer naar het leven, maar bleven ze min of meer verweesd achter, en deden wat ze konden om bij elkaar hulp te zoeken.
De teksten in deze aflevering confronteren schrijvers/boeken en architecten/bouwwerken, en duiden correspondenties en divergenties aan. De acht teksten werden voorgelegd aan acht architectenbureaus uit de Benelux. De relatie tussen afbeelding en discours is ‘de negende tekst’ van het nummer. Negen bijdragen die heel wat ‘negatieve ruimtes’ (Cin Windey) bevatten waarin de lezer zelf verbindingen kan leggen. Niet alleen in gebouwen zijn er resonantieruimtes en echokamers, ook in spannende teksten is dat zo.
-
Hugo Bousset
-
J.M.H. Berckmans
-
Geert Bekaert
-
Christophe van GerreweyMaarten Delbeke
-
Maarten Delbeke
-
Christophe van Gerrewey
-
Cin Windey
-
Dirk van Hulle
-
Bart Verschaffel
-
Jacques De Visscher
-
Bert de Muynck
-
Maria van Daalen
-
Jeroen Olyslaegers
-
Luc Renders
-
Eben Venter
-
Dirk LeymanHans Cottyn


