Het verhaal van een dag in de stad

Verschenen in: De ontwikkeling

Mijn chauffeur doet zijn gevoeg in de bosjes. Ik probeer deze wel erg directe confrontatie met de aardsheid van uw bestaan onbewogen te observeren, maar het moet worden gezegd dat het er bij u heel anders toegaat dan bij ons. Ik doe mijn gevoeg nooit.
      
Ik maak de dagen – of eigenlijk moet ik zeggen: wij maken de dagen. Wij maken de dagen voor u. We maken ze zo mooi mogelijk. U doet er uw gevoeg op, maar dat nemen wij u niet kwalijk.
      
Er gaat een verhaal. De wereld zou in zes dagen geschapen zijn. Daarna was er een dag rust.
      
Dat is onzin. Hoe de wereld er is gekomen weet ik niet. Dat doet er ook niet toe. Het gaat om de dagen. Wie is nu zo naïef dat hij gelooft dat er geen dagen gemaakt hoeven te worden? Dat als er eenmaal een wereld is, dat de rest dan vanzelf wel zijn gangetje gaat?
      
Ik heb het al eerder gezegd: elke dag is een prachtig stukje vakmanschap. Aan elke dag is geschuurd, geslepen en geschaafd. U denkt dat de wereld aan het toeval overgelaten is? Vergeet het. Over elke dag is nagedacht. Een jaar lang.
      
Elke dag duurt een jaar om te maken. Reken dan nu maar eens uit hoe oud u bent. Of hoe oud mijn chauffeur is, die zich afveegt met wat dorre bladeren en zich weer op zijn stoel zet.
      
Ik probeer de eigenaardige lucht die hij meebrengt in de auto te negeren.

Er bestaat een liefde, het kan me niet schelen wat je ertegenin zou kunnen brengen, er is een soort collectieve liefde, een ritmische liefde, een liefde van één zijn en euforisch, hoger dan en extatisch, een liefde die de kleinste details op doet lichten, die maakt dat ik gloei in het donker, dat ik synchroon met de stroboscoop vibreer en dat ik opstijg en in ons verander. Daar geloof ik in, ook al is het een chemische liefde.
      
Eigenlijk kom ik niet uit de stad. Ik heb tot een paar jaar geleden bij mijn ouders in de voorstad gewoond. In de voorstad denken ze dat er alles is: een supermarkt, een paar cafés, een treinstation en een kerk. Maar wat ze niet beseffen, en wat ik ook pas sinds een tijdje weet, is dat alles wat er in de stad is, in de voorstad alleen verwaterd aanwezig is. De voorstad is een miniatuur van de echte stad, denken ze daar, maar wat in de stad leeft is daar een dode kopie, een bordkartonnen decor, een slap aftreksel.
      
Waarom dat zo is? Omdat alle verhalen zich in de stad afspelen. De verhalen blazen de gebouwen en de straten van de stad leven in. Dit is de straat waar we laatst nog een illegaal feest hebben gehouden. Dit is het gebouw dat gekraakt is door de broer van mijn vroegere vriendin. Dit is het metrostation waar elke ochtend een jongetje zat dat bedelde als een hond. En in dit leegstaande huis zijn vorige maand nog ’s nachts schoten gehoord. Wie in de stad woont, hoort die verhalen niet alleen, hij mag er ook in meespelen. Zelfs de verhalen die niet uit de stad komen, komen er uiteindelijk toch terecht.

Mijn vader heeft een snackbar. Wij komen niet uit de stad, eigenlijk. Mijn familie komt uit een dorp ver weg. Dat kan je bijvoorbeeld aan mijn oma zien, die heel andere kleren draagt dan de mensen uit de stad. We zijn ook wat minder bleek dan de echte stadsmensen, maar dat maakt niet zoveel uit, want in de wijk waar wij wonen is onze kleur in de meerderheid.
      
We zijn hier gekomen omdat mijn vader hier een snackbar kon krijgen. Dat is hard werken, maar zo krijgen we de kans om in de stad te wonen. In de stad kun je iets worden, in een dorp ben je alleen maar iets en zal je dat altijd blijven. Dat zegt mijn vader.

U vraagt zich wellicht af wat ik hier doe. U weet niets van ons probleem, terwijl het toch meer uw probleem is dan het onze, als u het mij vraagt. Ons probleem, en dat bedoel ik in de breedst mogelijke zin van het woord, is dat de dagen op aan het raken zijn. Want het kan natuurlijk niet zo zijn dat als het een jaar duurt om een enkele dag te maken, dat het dan op die manier oneindig door kan gaan. Elke dag die u van ons ontvangt, loopt u er 364 op ons in.
      
U bent grootverbruikers van dagen. U consumeert veel meer dan wij kunnen produceren. Dat geeft niet, u weet immers van niets. Maar wij kunnen niet sneller gaan produceren zonder dat u dat merkt. Het is namelijk, en dat is mijn grootste overtuiging, onze taak om u een goede dag te bieden. Vakwerk, ik zei het al. Het zijn de details die uw dagen maken tot wat ze zijn. De kleuren, de nuances van de seizoenen, de subtiele geuren die opstijgen uit een versgebakken brood, nat gras langs de oever van een rivier, wat zou uw dag zijn zonder dat soort haast ongrijpbare intieme gebaren van ons aan u?
      
Daarom kunnen we ook geen concessies doen, dachten we. En zo hebben we ontelbare jaren lang uw dagen gemaakt, zonder dat u ervan wist. Niemand neemt dat u kwalijk. Maar we zijn ons af gaan vragen of u ons werk wel altijd waardeert. U houdt zich hele dagen op in zelfgemaakte, secundaire werelden. Er zijn er onder u, die alleen nog maar ’s nachts leven. Die onze lichtende details het liefst onder chemische invloed tot zich nemen en die zich in loodsen opsluiten om zich over te geven aan hun eigen licht, hun eigen geluid – en die kunstmatige dag midden in de nacht prefereren boven de onze.
      
En dan is hij er nog. De man die elke dag vele malen opnieuw geboren wordt. Voor hem is alles altijd nieuw. Elke dag ziet hij voor het eerst, en dat vele malen per dag. Enkele malen per uur wordt zijn geheugen volledig gewist – volkomen vanzelf. Wij geloofden het eerst ook niet, maar telkens opnieuw maakt hij mee wat niemand van u zich herinneren kan: zijn eerste stappen, zijn eerste kop koffie, de eerste keer dat hij het met bomen omrande grasveld uit zijn raam beziet is de allereerste keer dat hij uit enig raam enig met bomen omrand grasveld ziet.
      
We weten niet zeker of hij bestaat. Hij kan een gerucht zijn. Maar ik denk dat hij achter het raam zit en schrijft in zijn dagboek. Telkens schrijft hij hetzelfde. Dat hij nog nooit zo’n mooie dag heeft gezien.
      
Zeker, ik wil weten hoe u leeft. Als u genoeg hebt aan de nacht, waarom zouden wij ons dan immers nog de moeite getroosten om hele dagen te maken? Waar ik echter werkelijk naar op zoek ben, is naar hem. Hij is volgens mij de oplossing. Was u allemaal als hij, dan had u geen enkel verschil in uw dagen nodig. U komt voor altijd toe met een en dezelfde dag, eeuwig herhaald. Een enkele dag zou voor u een oneindige rijkdom betekenen. Het zou veel meer zijn dan u ooit kon onthouden.
      
U zou een onbeschreven blad zijn, telkens opnieuw. En u zou eindeloos gelukkig zijn.
      
Om hem kom ik naar de stad. Om hem zit ik hier in een auto die mij zo hard naar de stad voert, dat al onze dierbare details, waar we zo hard aan gewerkt hebben, in een waas aan mijn oog voorbijtrekken.
      
Mijn chauffeur stinkt. Hij draait zich om en zegt dat we er bijna zijn. En inderdaad, ik zie in de verte hoe de stad zich van het landschap onderscheidt, alsof er een enorme grijze bol diep in de aarde begraven is. Zo diep dat alleen de gehavende top boven de grond uitsteekt.
      
Onze man is een gerucht. De stad is de plaats waar alle geruchten samenkomen. Als ik hem daar niet vind, vind ik hem nergens.


Lees meer in De ontwikkeling