Inschrijven nieuwsbrief

Over Lieve God

Verschenen in: Lieve God
Auteur: Hugo Bousset

Beste lezers,

Is God terug van weggeweest? Is Hij ooit zo ‘weg’ geweest als we elkaar wilden doen geloven?
Welke gedaantes neemt Hij aan? Is Hij een sjamaan in de vrieskou, of werd Hij in de hitte aan het kruis genageld?
Of is Hij alleen maar ‘iets’ wat groter is dan wijzelf?
Verlangen wij naar Hem, of Hij naar ons, of beide?
Bestaat Hij alleen als wij willen dat Hij bestaat? Of omgekeerd?
Of beide?
Als God bestaat, is Hij dan volmaakt? Of een eeuwig zoekende?
Zoals wij?
Is Hij een chimère, een prachtig misverstand, een gat, een woord?
Of is Hij een Weltgeist, zoals Prigogine dacht?

Om deze opnieuw brandende vragen te benaderen, vond ik de combinatie tussen twee schrijvers uit de kernredactie, de filosofe Patricia de Martelaere en de wetenschapper Jan Lauwereyns, het meest uitdagend. Ze hebben Lieve God als titel gekozen. Alsof de schrijvers uit dit nummer Hem aanspreken, terwijl ze misschien alleen hun liefde verklaren aan ons, beste lezers.
De eerste mail die Jan Lauwereyns uit Nieuw-Zeeland aan Patricia de Martelaere stuurde, dateert van dinsdag 30 januari 2007 om 3.47 u. ’s ochtends. (Een dossier maken voor DW B duurt kennelijk twee jaar.)
Ik citeer uit de mail:
‘God, religie, mystiek, het is in ieder geval een thema dat zich steeds nadrukkelijker aan mij opdringt ─ ik had het enkele jaren geleden niet zien aankomen, maar langs verschillende sporen (ethisch, neurowetenschappelijk, poëticaal) kom ik op hetzelfde vraagstuk uit. Vanmorgen nog kreeg ik een enthousiaste e-mail van een vriend (collega hier aan de Victoria University of Wellington) die een fMRI-studie over bidden maakt. Vijf jaar geleden zou zoiets zijn weggelachen. Nu schrijft Daniel Dennett Breaking the Spell: Religion as a Natural Phenomenon en heeft de evolutionaire psychologie het prisoner’s dilemma bekeken, Nash, trust games enzovoort, dingen die met de expensive hardware van de neurowetenschappen bestudeerd kunnen worden. Evenzeer blijven sommige theoretische kwesties buiten schot, en rijzen er vragen over wat wel en wat niet empirisch bestudeerd kan worden, een grens die voortdurend verschuift. Daarnaast heb je bijvoorbeeld de poëzie van Dirk van Bastelaere, die door Lucas Hüsgen destijds op een voor mij verrassende wijze in het domein van de religie betrokken werd ─ iets wat ik nu scherper begin te zien. Of wat diezelfde Hüsgen de negatieve theologie van Peter Verhelst noemde. Dan is er William Blake, het zenboeddhisme (mijn ‘Japanse zijde’) en de kwestie van rituelen, drugs (plants of the gods) en altered mind states, de muziek van Arvo Pärt, kortom: ik heb wat met dit thema.’
Ook Patricia de Martelaere schrijft gewonnen verloren over God, over wie je niet kan spreken. Ze besluit haar beschouwing als volgt: ‘We weten niet alleen niet of Hij bestaat, we weten zelfs niet wie of wat Hij is en waaraan we Hem zouden herkennen mocht Hij bestaan. Maybe God is one of us

Nog twee mededelingen: Patrick Bassant, voorheen ‘correspondent Nederland’, treedt toe tot de redactieraad. En Jeroen van Rooij start als writer in residence met de prozareeks De eerste hond in de ruimte.