Een wezen op zoek naar verlichting

Verschenen in: Aangespoeld

‘Een aangespoelde mens brengt niets mee, hij spoelt aan met lege handen. Hij brengt alleen zijn vege lijf aan land en staat bedachtzaam, aarzelend recht. “Is dit echt vaste grond onder mijn voeten?” vraagt hij zich af. Het is alsof hij voor de eerste keer in zijn leven voelt dat hij recht kan staan op vaste grond. Achter hem hoort hij de zee, kalm ruisend. Daar is hij zonet de dood ontlopen. Voor hem ligt het land, braak als een onheilspellende droom waar hij nog niet uit ontwaakt is. Hij is nog niet gered, hij is nog niet veilig, dat weet hij. Vanaf nu zal de dood zich in andere gedaantes aan hem manifesteren en zal hij de overlevingsstrijd voortzetten. Alleen en zonder taal. Opnieuw beginnen.’

Er is een verband tussen Hay ibn Yakzan, (De Levende, zoon van de Wakkere) en Robinson Crusoe. Het zijn allebei fictieve personages die aanspoelen op een onbewoond eiland ergens midden in de oceaan. Volgens sommigen hebben ze een gemeenschappelijke geestelijke vader, namelijk Ibn Tofail. Hij was een islamitische geleerde die in 1110 (christelijke jaartelling) geboren werd in Granada, dat toen nog onder Arabische heerschappij was. Hij schreef het verhaal van Hay ibn Yakzan: een jongetje dat op een onbewoond eiland aanspoelde en er opgroeide tot een nieuwsgierige man die de wereld probeerde te begrijpen. Het boek van Ibn Tofail werd al snel in verschillende talen vertaald en had van meet af aan een invloed op onder meer de achttiende-eeuwse rationalisten en het westerse verlichtingsdenken. Ibn Tofail zou met zijn boek meteen ook de basis hebben gelegd voor de westerse roman. De Engelse schrijver Daniel Defoe bijvoorbeeld zou zich door het werk van Ibn Tofail hebben laten inspireren voor zijn roman Robinson Crusoe (1719), waarvan de volledige titel te mooi is om niet te vernoemen: The Life and Strange Surprizing Adventures of Robinson Crusoe of York, Mariner: Who lived Eight and Twenty Years, All Alone in an Un-inhabited Island on the Coast of America, Near the Mouth of the Great River of Oroonoque; Having Been Cast on Shore by Shipwreck, Wherein All the Men Perished but Himself. With an Account how he was at last as Strangely Deliver'd by Pyrates. Written by Himself.
      
Toen Hay ibn Yakzan aanspoelde op een eiland midden in de oceaan, was hij nog te klein om te beseffen dat hij het lot aan zijn kant had. Hij wist niet beter of het had zo moeten zijn dat hij aanspoelde aan de poten van een moedergazelle die nog in de rouw was om haar gestorven jong. Haar uiers zaten nog vol warme melk en haar verdriet was groot. En toen Hay aanspoelde, had ze opnieuw een jong om voor te zorgen. Ook zij wist niet beter of het had zo moeten zijn. Ze ontfermde zich over hem als was hij haar eigen vlees en bloed en bespaarde hem zo het onfortuinlijke lot van zovele aangespoelden: verkommeren, verdwalen of gek worden van eenzaamheid. Er was geen andere mens op dat eiland midden in de oceaan. Zeven jaar lang werd Hay verzorgd door de gazelle en toen stierf ze. Hay moest rechtop gaan staan. En toen hij dat deed, ontdekte hij het leven en hoe de dingen waren. Door te kijken en door na te denken verwierf hij kennis over de natuur, over de hemel, zelfs God kwam hij gaandeweg tegen.
      
Het meest fascinerende was hoe hij zichzelf ontdekte: als een wezen dat op zoek was naar verlichting. Als een ‘lerend subject’ dat zich volstrekt bewust was van zichzelf en van zijn omgeving. Ibn Tofail beschrijft in zijn boek hoe Hay na zeven keer zeven jaar een filosoof was geworden, zonder dat hij zichzelf ooit zo zou noemen. Een autodidact, die zonder de openbaring van een tekst of de socialisatie door een gemeenschap tot verlichting en kennis was gekomen omtrent de wereld die hem omringde. Als afstandelijke lezer is de verleiding groot om op een vertederde manier naar de ‘ontdekkingstocht’ van dit enfant sauvage te kijken. Want wij weten alles al, we hebben de dingen zelfs een naam gegeven en hoeven dus niet meer echt te kijken. Maar Hay keek wel en hij kwam tot de vaststelling dat de natuur niet ten dienste van de mens stond, maar wel ten dienste stond van de natuur zelf en van het transcendentale. Bijgevolg diende de mens er omzichtig mee om te springen. Hay besloot na die vaststelling om zijn materiële, lichamelijke behoeftes tot een minimum te herleiden, hij wilde zijn ‘ecologische voetafdruk’ zo klein mogelijk maken. Hij verbruikte slechts het hoogst noodzakelijke.
      
Robinson Crusoe daarentegen spoelde niet met lege handen aan. Buiten de wrakstukken van het vergane schip waar hij op voer, had hij een boek mee: de Bijbel. Robinson Crusoe had zich er tijdens zijn schipbreuk aan vastgeklampt. Robinson Crusoe spoelde op het eiland ook aan als volwassene, niet als kind. Hij had een verleden, hij had een taal en kende de wereld. In die zin is er een parallel te trekken met de aangespoelden van deze tijd, de vluchtelingen en de mensen die om uiteenlopende redenen hun land of hun vertrouwde omgeving verlaten en zich in het ongewisse wagen. Ze spoelen aan met hun taal en met hun verleden, met hun God vaak ook. Maar hier stopt elke vergelijking. Robinson Crusoe spoelde aan en had een boodschap, had een beschaving die hij diende te verspreiden. Hij twijfelde er niet aan, het was die nieuwe omgeving die naar zijn hand moest worden gezet, waarop hij zijn normen diende toe te passen.
      
Zou dit een indicatie zijn van hoe de westerse beschaving door de eeuwen heen gekeken heeft naar de grote wereld daarbuiten? Als een plek waar de boodschap moest worden verspreid? Zelfs een schijnbaar hulpeloze schipbreukeling had de schijnbaar onbewoonde wereld iets te bieden. En kijk, het duurde niet lang of Vrijdag werd ten tonele gevoerd om de boodschap van Crusoe te ontvangen. En de boodschap was die van de Bijbel uiteraard. Een boodschap die voorgedrukt was en alleen nog moest worden onderwezen. Vrijdag moest worden geciviliseerd. Het was Vrijdag die een koeterwaals sprak, Crusoe leerde hem zijn taal aan.
      
Het is ondenkbaar dat de hedendaagse aangespoelden, schipbreukelingen door politieke of socio-economische omstandigheden, de omgeving waarin ze terechtkomen, fundamenteel zouden veranderen. In de publieke opinie veroorzaakt de idee van een invasie van vreemde culturen en gebruiken nochtans wel een grote onrust. En wel omdat in de hoofden van de eilandbewoners het deze keer niet Crusoe is die aanspoelt, maar wel Vrijdag. En dan blijven de spelregels onveranderd. Vrijdag moet worden geciviliseerd.