Feuilles Volantes
Hoe gaan we met de woonhuizen van overleden schrijvers om? Moeten ze na de laatste ademstoot van de auteur in ere worden gehouden als een schrijversschrijn, zonder dat er ook maar een inktpot van plaats verandert? Dient het publiek met een rood koord op afstand te worden gehouden? Of moet een eigentijds schrijversmuseum de 21e eeuw binnentreden en plaatsmaken voor publieksbeleving, participatie, interactie en een kunstenaarsdialoog tussen oud en nieuw? Af en toe staan...
De Papieren Man
- Audubons 'Birds of America' onder de hamer
- MatchBoox-collectie breidt razendsnel uit
- Nederland volgend jaar gastland op boekenbeurs van Beijing
- Alberto Manguel haalt zwaar uit naar grote uitgeefconcerns
- Brieven reisschrijver Bruce Chatwin gebundeld
- Resten Anne Frankboom naar musea
- Houellebecq, Nothomb en Despentes op koers voor Prix Goncourt
- 'Het huis van de moskee' van Kader Abdolah krijgt verfilming
- Shortlist Man Booker Prize bekendgemaakt
- Peter Carey nog op shortlist Man Booker Prize
de Reactor
Over Belladonna
Beste lezers,
Op 23 juli 2009 koos Jan Lauwereyns de titel van zijn thema, dat eerst Het Rijk der Vrouw heette: Belladonna. Hij verantwoordt zijn keuze als volgt: ‘We verkennen de multipele betekenissen van Belladonna: vrouw, schone vrouw, wolfskers, pupilverwijding, vanguardism. We passen een rizomatisch model toe, woekerend en vertakkend.’ Het themanummer werd samengesteld door Rachel Levitsky en Jan zelf.
Mijn reactie van 7 augustus 2009: ‘Belladonna wordt een sterk nummer, ook met al die in het Engels ongepubliceerde teksten. En de vrouwelijke, mooi giftige invalshoek. De meeste bijdragen zijn typisch “feminien”, op de wijze van Julia Kristeva: door een associatieve, muzikale taal te creëren openen ze de prerationele wereld van de semiotische chora, wat Lacan “het imaginaire” noemt. De “mannelijke” rationele orde wordt opengebroken en afgebroken om terug te gaan naar het abjecte, de drift, het mysterie, de psychose, de ontketening, de zelfvernietiging, de grenservaring, de secreties, de perversies, de fascinatie, de extase.’
Rachel Levitsky: ‘Detachment is the thing I create / when I // am not aware / of the I / I am aware of.’
Hoewel de term in de inleiding wordt gebruikt, zie ik de diverse bijdragen ─ behalve misschien die van Celia Ledoux ─ weinig feministische stellingen verdedigen. Feministische teksten propageren vaak een soort streven naar gelijkheid tussen het mannelijke en het vrouwelijke, terwijl feminiene literatuur het verschil, het andere in zich draagt.
Lyn Hejinian: ‘short-lived exaltations we’ll never understand’.
We hebben een nieuwe writer in residence: Patrick Bassant, die ook tot de kernredactie toetreedt. In de redactieraad wordt Katleen van Langendonck vervangen door Daniel de Vin, die de vinger aan de pols houdt van de Duitstalige literatuur.


