Feuilles Volantes
Literatuur plots gekatapulteerd tot in het middelpunt van een maatschappelijke discussie? Het gebeurt nog hoogst zelden, zo lijkt het. Maar toen eind januari 2012 politierechter Peter D’Hondt een wegpiraat veroordeelde tot het lezen van de ‘requiemroman’ Tonio (2011) van A.F.Th. van der Heijden, laaide de oude vraag naar de relevantie van literatuur in volle hevigheid op. Van der Heijdens boek is een reconstructie van de laatste uren en dagen van zijn zoon Tonio, die op eerste pinksterdag 2010 om het leven kwam nadat hij werd aangereden door...
De tweede stad
Er zijn van die steden die veel weg hebben van de imaginaire steden zoals beschreven door de Italiaanse schrijver Italo Calvino. In diens De onzichtbare steden brengt wereldreiziger Marco Polo bij de grootste vorst van zijn tijd, de machtige Kublai Khan, verslag uit van de steden die hij heeft bezocht. Mensen, gebouwen, taal, gewoonten – alles lijkt er anders te zijn, zelfs het neerdwarrelen van stof lijkt aan andere wetten te gehoorzamen. Zo’n stad geeft het gevoel een afspiegeling te zijn van een veel grotere stad die ergens onder het plaveisel ligt. Die echte stad is ergens anders verborgen en komt pas tot leven na het verdwijnen van het daglicht. Zo’n stad is Caïro, een stad die lijkt te zijn ontsproten aan de fantasie van een wereldreiziger. Zulke steden kunnen niet anders dan problematisch zijn omdat ze onze verbeelding te boven lijken te gaan en toch ook duidelijk aanwezig zijn, werkelijk bestaan. Caïro is de enige stad die diepe gevoelens van haat en liefde in me opwekt, waar ik nog geen minuut kan leven en tegelijkertijd voel dat ik er al een leven lang leef. De enige stad ook die me vele malen bracht tot het besluit om haar nog een keer te bezoeken, om dat bij nader inzien toch niet te doen. Uit angst dat de stad me zou verslinden. En zo moeten elk jaar miljoenen nieuwe bewoners van Caïro zich voelen wanneer ze op weg zijn naar de stad. Vol vrees, bevend naderen ze die urbane kolos, een postmoderne sfinx waar heden en verleden onderhevig zijn aan betonrot, om een nieuw leven te beginnen. Om er te sterven, ook. Niet voor niets noemen Egyptenaren Caïro domweg Misr, Arabisch voor Egypte, want deze stad belichaamt voor hen het ware karakter van het land: bedrijvig, grillig, slapeloos, als de rivier zelf. Zo diep dringt de overweldigende aanwezigheid van deze stad in de verbeelding door dat ook zij die er sterven, of gestorven zijn, nog aanwezig lijken. Caïro is als het Egyptische dodenboek dat de farao’s meenamen naar de onderwereld, een pandemonium van mensen, dieren en wonderlijke wezens. Aan de andere kant ging het leven gewoon verder. Caïro is de onderwereld, de andere kant. De nieuwe inwoner, hij die Caïro nog nooit heeft bezocht, laat bij aankomst zijn oude leven achter zich om een nieuw leven te aanvaarden.
De eerste uren in Caïro zijn duizelingwekkend. Het typische zwarte taxietje waarvan de bestuurder steevast een tand of drie tekort komt, rijdt me in sneltreinvaart naar het centrum. Villawijken, glimpen van de woestijn, overhangende tuinen, de Citadel, moskeeën, nog meer moskeeën, en appartementsgebouwen waar een meelijwekkende, laffe wittint overheen hangt, schieten voorbij en dan ineens beland ik in het centrum, niet ver van het Tahrirplein. Wanneer ik uit de taxi stap, ruik ik Caïro. Een mengeling van de wufte geur van appelbloesem uit waterpijpen, Alexandrijnse koffie en stof. Van millennia aan stof, neergedaald in de kieren en gaten van deze stad. In een hoekje van de straat kraakt iemand pompoenpitten. Onophoudelijk.
Lees meer in Zzzzzzz, de laatste graphic novel.





