Over Erlom Achvlediani

Verschenen in: Land Art
Auteur: Ingrid Degraeve

Erlom Achvlediani (Tbilisi, 1933-2012) was een Georgische schrijver en scenarist. Aan de Tbilisi I. Javakhishvili State University legde hij zich toe op de oriëntalistiek en in Moskou studeerde hij af aan het Instituut voor filmdramaturgie als scenarioschrijver. Van 1956 tot 1958 werkte hij aan Vano en Niko. Later schreef hij ook nog de verhalenbundels Verhalen van de vos en andere dieren en Verhalen van een man. Deze bundels verschenen in het Nederlands als Vano en Niko (2003) en De man die zijn hoofd verloor en andere verhalen uit Georgië (2006) bij Uitgeverij Voetnoot. Het manuscript van Vano en Niko circuleerde onder vrienden en kon al voor de eigenlijke uitgave op veel belangstelling rekenen. Alleen durfde geen enkele uitgever het aan om het experimentele en ideologisch ongewenste werk in zijn fonds op te nemen. Pas in 1961 bleek het versoepelde regime er rijp voor. Sindsdien behoort het boek tot de canon van de Georgische literatuur.

        Erlom Achvlediani zocht niet naar een schrijfstijl waarmee hij zich als schrijver kon manifesteren, maar naar een middel om zo weinig mogelijk schrijver onder de schrijvers te zijn. Tijdens een interview in 2002 vertelde hij: ‘Toen ik nog kind was, overkwam me al het gevoel dat ik de enige toeschouwer was en al de anderen rond mij leefden, of anders gezegd op het toneel stonden. Nu nog wil ik zo weinig mogelijk opvallen, wil ik het leven van de zijlijn bekijken.’ En in een van zijn vroegste novelles zegt het personage: ‘Al ben ik geboren, ik zal geen vlieg laten opstuiven. Geen enkel voorwerp zal ik van plaats laten veranderen. Al besta ik, ik zal niet één bloem plukken. Al ben ik ter wereld gekomen, ik zal proberen niet te groeien, niet toe te nemen en ik zal mager blijven zodat ik zo weinig mogelijk ruimte zal innemen. Ik zal niet diep inademen, al ben ik geboren.’

        Achvlediani inspireerde andere schrijvers, beeldend kunstenaars, filosofen en filmmakers. Hij stond bekend als een van de beste scenarioschrijvers in de Sovjet-Unie. De helft van de legendarische Georgische films uit die tijd zijn van zijn hand. De Russische schrijver Andrej Bitov herkende zich in zijn verhalen en bewonderde zijn vermogen zich weg te cijferen in zijn werk: ‘Mijn hele leven lang heb ik maar een iemand ontmoet die het geschreven woord meer vreesde dan ik. Dat was Erlom Achvlediani.’ Peter Handke kreeg een deel van zijn werk in het Duits te lezen. Volgens hem wijzen de verhalen ‘een verlossende derde weg, dus eigenlijk het wegvallen van wegen, wanneer de mens geen enkele weg meer nodig heeft. De wijsheid vloeit zo bij ons naar binnen dat we het niet eens merken.’

        Zijn verhalen worden bewoond door personages die niet vast te pinnen zijn. Ze zijn niet aangekleed met een uitgesproken karakter en een persoonsbeschrijving, maar spelen een rol in een tekstuele constructie die een filosofische gedachte weergeeft. De verhalen worden vaak parabels genoemd, een genre waarin de inlevingsfase overgeslagen wordt. De lezer wordt aangespoord zich te spiegelen in het verhaal dat aanzet tot nadenken over zijn eigen handelen.

        Het hier gepubliceerde fragment komt uit het boek Een mug in de stad. Ook hier zijn de personages onwezenlijk. Alleen de woorden waaruit ze zijn opgetrokken maken hen voor de lezer enigszins vatbaar. Ze vertonen geen psychologische ontwikkeling zoals de meeste literaire helden, ze volgen geen dramatische lijn en zijn aan tijd noch plaats gebonden. Zelfs de auteur wordt voortdurend in vraag gesteld. De tekst lijkt zichzelf te schrijven. Dit fragment wordt voorafgegaan door een korte tekst van Lasha Bugadze. Hij was student van Achvlediani en is altijd een bewonderaar van zijn werk gebleven. Hij schetst diens leven aan de hand van de woorden waarmee elk verhaal uit Vano en Niko begint: ‘Op een keer ...’