Verloren post

Verschenen in: Verloren post


Misschien zijn we slordig, misschien zijn er kwade krachten en complotten in het spel, misschien hapert de machinerie van de posterijen, maar één ding is zeker: we verliezen aan de lopende band brieven, pakketten, interessante correspondentie en van verliefdheid overlopende kattebelletjes. Uit recente cijfers blijkt dat er jaarlijks nog altijd duizenden poststukken in het niets verdwijnen. Ergens tussen Amsterdam en Brussel ging een hele doos met themanummers van Tirade in mist op, een uitvoerige dankbrief aan een vriendin kwam haar nooit onder ogen, we weten van minstens twee huwelijkscadeaus dat ze voorgoed verloren zijn en een bijzondere zending naar Boekarest werd aldaar wel aangetroffen maar niet door de geadresseerde opgehaald.

Is er dan alleen maar verlies? Nee, niet als we dat niet toestaan. In dit nummer eisen we onze verloren poststukken opnieuw op in het enige domein waar dat echt kan: dat van de verbeelding. Wij vroegen twintig schrijvers zich te buigen over de vraag wat er tussen A en B verdwenen is en wat er bij naspeuring boven water kwam. Wat er veranderd zou zijn als die ene postkaart, dat beduimelde ansichtje of die brandbrief wel juist was bezorgd. Wat als Louis Pasteur door een lovende brief Ignaz Semmelweis uit het gekkenhuis had kunnen krijgen? Welke boodschappen droegen de duiven die in hopen onder windmolens liggen? Wie steelt onze brieven en waarom?

In korte verhalen, brieven en gedichten gingen schrijvers op zoek naar het verlorene. Soms vonden zij iets dat ze lang geleden kwijt waren geraakt. Soms troffen ze een griezelig grote bewijslast, een andere keer bleken alle sporen gewist. In een enkel geval ontvingen wij de toegezonden bijdrage in het geheel niet – er zwerven dan ook enkele teksten rond die wij graag hadden opgenomen. Wij zullen ze maar beschouwen als kleine offerandes aan het verdwijnen, waaraan wij zoveel te danken hebben.