DW B 2016 5: DWB 161 / 5 / 8XF.B.-D.B.

Voorwoord
DWB 161 / 5 / 8XF.B.-D.B.

In deze DW B wordt een groot kunsthistorisch en kritisch taboe omarmd: het werk van één fotograaf, Dirk Braeckman, wordt schaamteloos autobiografisch gelezen. Wat als Dirk Braeckman geen enkele van zijn foto’s in scène heeft gezet? Wat als alles wat hij heeft gefotografeerd ‘echt’ is gebeurd, alsof het zich niet voor zijn lens maar voor zijn ogen afspeelde? Wat als zijn oeuvre bekeken en gelezen wordt als een reeks geheugenbeelden, een reeks herinneringen, een reeks momenten – reeksen die we allemaal hebben, maar dan zelden in de zichtbare, blijvende, harde vorm als bij een fotograaf als Braeckman?

Acht auteurs – Jan-Willem Anker, Frederik Willem Daem, Erik Lindner, David Nolens, Bart Koubaa, Koen Sels, Wytske Versteeg en Fiep van Bodegom – kregen volgende invitatie van Christophe van Gerrewey: Schrijf – in proza – enkele pagina’s uit de fotobiografie die het werk van Dirk Braeckman zou kunnen zijn. Maak tekst bij de beelden die zijn oeuvre uitmaken, en die we – voor deze gelegenheid – niet zien als artistieke constructies, maar als een werkelijke neerslag van een geleefd leven. Wat betekenen de foto’s, wat geven ze weer voor de persoon (de fotograaf) die wat is afgebeeld niet alleen heeft gezien en gefotografeerd, maar ook heeft meegemaakt?

In deze editie