Creatief met chaos. "Lala-land" in het oeuvre van Abattoir Fermé

Verschenen in: Jaap en de bonenstaak
Auteur: Michaël Bellon


Het toneelwerk van Abattoir Fermé wordt terecht geroemd om zijn beeldende kracht. Maar ook de teksten hebben hun rechten. Lala-land is zelfs uiterst geschikt als leestekst. Het slotstuk van de ‘Chaostrilogie’ onder de loep.

Abattoir Fermé: horror is universeel
Het Mechelse theatergezelschap Abattoir Fermé bestaat sinds 1999 en rekent Nick Kaldunski, Stef Lernous, Joost Vandecasteele en Tine van den Wyngaert tot zijn kernleden. In de beginjaren leverde Abattoir Fermé anderhalf dozijn stukken af die in het amateurcircuit belandden. Uiteindelijk werd het gezelschap in thuisstad Mechelen opgepikt door KC nOna, het kunstencentrum van waaruit het nog steeds opereert. De jongste jaren ging het vervolgens erg vlug. Hun productie Galapagos werd geselecteerd voor het Theaterfestival 2005, en Tinseltown voor het Theaterfestival 2007. Abattoir Fermé krijgt ondertussen een structurele subsidie van de Vlaamse Gemeenschap en speelt nu in theaters over heel Vlaanderen en Nederland. Alleen de culturele centra zijn volgens de Abattoirleden meestal nog te schijterig om hun producties te programmeren naast die van Stef Bos. Wat dat betreft heeft het gezelschap inderdaad zijn reputatie tegen. Abattoir Fermé schrijft, creëert en verzamelt al zijn materiaal zelf. Inspiratie put het uit de underground: uit de riolen van de samenleving, het heart of darkness van het internet, of de archiefkelders van de psychiatrie. De voorliefde voor outsiderkunst, comic books, horror- en pornofilms, futurologische fantasieën en samenzweringstheorieën resulteert in een beeldrijke, cinematografische theatertaal die weleens ervaren wordt als een aanslag op de zintuigen en de onderbuik. In Tinseltown kondigt de fictieve regisseur Wilfried Pateet-Borremans aan dat hij bij de première van zijn film zijn darmen door de projector zal trekken en afspelen, waarna de toeschouwers elkaar te lijf zullen gaan en de oren van de kop bijten. Mutatis mutandis heeft het werk van Abattoir Fermé op sommige mensen een vergelijkbaar effect. Tijdens een opvoering van Tinseltown is eens een vrouw in de regiekamer gelopen en beginnen roepen dat ze al die zaken niet mocht zien. Tijdens een opvoering van Indie begon een meisje gordijnen weg te trekken om licht in de zaal binnen te laten.
       Toch zijn het niet de controverses die rechtvaardigen dat Abattoir Fermé vandaag zoveel over de tongen gaat. Dat zijn wel de kwaliteit van hun vaak met uitstekende zwarte humor doorspekte teksten, en hun soms verbluffend groteske maar indringende ensceneringen. Ook belangrijk is dat de leden van Abattoir Fermé zichzelf niet ontzien. ‘Horror is universeel,’ zegt Pateet-Borremans nog, ‘we zijn allemaal bang van dezelfde dingen.’ Maar horror krijgt wellicht iets onweerstaanbaars als ze uit hoofde van de makers zelf live en ongecensureerd op de scène wordt uitgekotst. Het is duidelijk dat Abattoir Fermé bij het verzamelen van materiaal ook regelmatig leentjebuur speelt. Maar toch staan zijn leden terecht op hun statuut van scheppend kunstenaar, om dan tegelijk hun bedenkingen te uiten bij het statuut van theatermakers die het houden bij heropvoeringen van een bestaand repertoire.

De Chaostrilogie: rellen in L.A.
In 2004 begon Abattoir Fermé aan de ‘Chaostrilogie’. Tussen een paar andere Abattoir-producties door schreven Stef Lernous en Joost Vandecasteele drie stukken die zich afspelen in Lala-land, ‘een apocalyptische wereldstad waar honden door de gangen van wolkenkrabbers zwerven en waar bedrijven uw dromen manipuleren; waar superhelden zelfmoord plegen en waar mensen op elkaar spuwen voor wat afkoeling in de hitte.’
        ‘Lala-land’ verwijst naar Los Angeles (LA), de stad waar de twee schrijvers op werkbezoek gingen en waar ook Tinseltown (de oude benaming van Hollywood, en de titel van de tweede episode in de trilogie) te vinden is. Die bijzondere biotoop, waar would-be filmsterretjes de boulevards doen in de hoop opgepikt te worden door een regisseur, leent zich uitstekend tot het cinematografische en metafictieve karakter van de trilogie.
       Het eerste luik, Indie, geschreven door Lernous en Vandecasteele in 2004,
speelt zich af in een flatgebouw waar tussen de excentrieke bewoners een minioorlogje is uitgebroken. Meneer Panda, ‘de worst bakkende man’, Adolf Hitler, ‘de boze man met de dode baby’, en de superheld-die-verandert-in-een-zwart-gat, treden beurtelings voor het voetlicht om zich van hun slechtste kant te laten zien. Tot ze allemaal in dat zwarte gat verdwijnen. De eerste en laatste woorden zijn aan de oude theaterregisseur Wilfried Pateet-Borremans. In de proloog dresseert hij hardhandig het danseresje ‘Miss Lala-land’ om vervolgens zijn haat te ventileren ten aanzien van acteurs, actrices en ‘theaterregisseurs die stukken van 500 jaar geleden relevant vinden’. In de epiloog rukt hij zich af op zijn eigen stuk dat hij zonet te horen heeft gekregen.
       Pateet-Borremans is een van de bindende elementen in de Chaostrilogie. In Tinseltown, zogezegd de prequel van Indie, geschreven door Lernous in 2006, is hij één van de hoofdpersonages. We treffen hem aan tijdens de voorbereidingen van zijn film L’autopsie phénoménale de Dieu. Hij lijdt onder zijn pathetische verliefdheid op een serveuse, wordt even ten hemel opgenomen en dan weer naar de aarde teruggezonden om er als een god zijn scheppende arbeid voort te zetten.
       Lala-land ten slotte, geschreven door Lernous en Vandecasteele in 2007, is een monoloog gespeeld door Tine van den Wyngaert. Met zijn beperkt aantal personages en redelijk lineaire plot wijkt deze monoloog behoorlijk af van de twee andere episodes in de trilogie. Van den Wyngaert is het danseresje uit Indie
dat Joan blijkt te heten en schuilend in een door vandalen bewerkt bushokje haar weinig opbeurende levensverhaal vertelt. Ondertussen voltrekt zich rondom haar andermaal de apocalyps.
       In de volledige Chaostrilogie keren regelmatig elementen, gebeurtenissen of personages terug, al heeft het weinig zin die op een tijdslijn of in een stamboompje te situeren. Alleen de aanwezigheid van de semigoddelijke regisseur in het geheel, van wie het werk voor een deel samenvalt met de trilogie zelf, suggereert dat de chaos zelfs voor wie eraan onderhevig is nog creatieve mogelijkheden biedt.

Lala-land: een leestekst
1. Enscenering: met de baby in een bushok

Lala-land ging op 16 januari 2007 in première in het STUK in Leuven. Tine van den Wyngaert speelt de monoloog in trashy trainingspak, staande voor een vuil en gevandaliseerd bushokje. Tijdens de eerste speelreeks was Van den Wyngaert zwanger. Bij de recente heropvoering in het Nieuwpoorttheater in Gent dikte ze het imago van haar personage als jonge, verlaten moeder nog wat aan door haar ondertussen ter wereld gekomen baby mee op de scène te nemen. Dat zorgt visueel voor iets extra’s, in een naar de normen van Abattoir Fermé zeer eenvoudig vormgegeven stuk, dat op die manier alles inzet op de sferen en beelden die de tekst zelf suggereert. Het verteltheater stelt Van den Wyngaert voor een niet zo eenvoudige opdracht. Ze moet de twee hoofdpersonages gestalte geven (we identificeren haar verschijning op de scène vooral met het vrouwelijke hoofdpersonage Joan, hoewel ze in de derde persoon over haar spreekt), en tegelijk de wereld oproepen waar die personages deel van uitmaken. Haar zorgvuldige tekstzegging, gebaartjes, en gebekkentrek doen haar tot op zekere hoogte slagen in haar opzet. Maar het zou wel eens kunnen dat Lala-land als leestekst minstens even goed tot zijn recht komt. Terwijl de lijfelijke aanwezigheid van de dappere Joan met het kind op de arm de tragedie een positieve draai geeft, zie je, als je al lezend de tijd neemt om het dystopische universum van Lala-land in je hoofd te laten uitkristalliseren, minder dat tot hoop kan stemmen.

2. Tekst: stap naar vereenvoudiging

Abattoir Fermé was ten tijde van Indie al op zoek naar manieren om de overvloed aan materiaal waarover het gezelschap beschikte te stroomlijnen en uit te puren. In Indie bleef het nog bij het creëren van patronen in de chaos. In Lala-land – dat nog steeds geen rechtlijnige, maar wel een redelijk onvertakte structuur heeft – zet Abattoir Fermé nog een stap verder in de richting van vereenvoudiging.

3. Verhaalstructuur: exacte kopie

Echt sprake van een plot is er niet in Lala-land, maar de opbouw van het verhaal is toch veel minder fragmentarisch dan in de twee andere delen van de trilogie. Het hoofdpersonage Joan spreekt de tekst uit op ‘Sorrydag’ – een variant op Thanksgiving Day wellicht – in een metropool die ‘haar laatste momenten beleeft’ voor ze wordt opgeslokt door het grote zwarte gat.
       Ook in deze laatste episode van de Chaostrilogie duikt Wilfried Pateet-Borremans op: ‘een man / Wilfried / heeft een artificieel universum / in een doos gekweekt / met daarin een melkweg waarin / een leven evolueert / dat een exacte kopie / van diezelfde doos bezit / met daarin een universum’ et cetera. We mogen besluiten dat Lala-land zich in één van de universums in die dozen bevindt.
       Na van de metropool te hebben uitgezoomd naar die mise en abyme van universums, zoomen we opnieuw in. Op het leven van Joan en Jack, die we volgen van hun kennismaking in de toiletten van een cinema, tot de scène in hun eigen badkamer waar het hun daagt dat ze niet veel meer van elkaar te verwachten hebben. De overeenkomst tussen deze twee ‘sanitaire scènes’ geeft de tekststructuur dat min of meer spiraalvormige karakter, het thema van de ewige Wiederkehr dat de Chaostrilogie beheerst en ondersteunt.
       Nadat Joan vastgesteld heeft dat het met haar eigen dochter dezelfde weg opgaat als met haarzelf, belandt ze in het bushokje van waaruit ze haar hele verhaal aan ons vertelt. Uit het begin van dat verhaal bleek al dat ze na haar vorige relatie ook al eens in zo’n bushokje was gestrand. Nu is ze vastbesloten het anders aan te pakken om tegen beter weten in uit de neerwaartse spiraal te raken. In de eindscène neemt ze zich voor dit keer op de bus te blijven zitten, te ‘blijven rijden en […] / zien hoe alles verdwijnt / nee opnieuw begint.’

4. Stijl: zwangere zwanenburgers
Lala-land heeft een aantal kwaliteiten niet. De monoloog bekt niet zo bijzonder gemakkelijk en het is vreemd om de chaos zo adequaat te horen beschreven worden door iemand die er zelf in dergelijke mate het slachtoffer van is. De chaos verleent de auteurs schijnbaar ook een vrijbrief om niet al te zorgvuldig en consequent met compositorische principes als raamvertelling, cirkelstructuur, metafictionele terzijdes en intratekstuele verwijzingen om te springen.
       Toch heeft de tekst een hele reeks andere kwaliteiten wel. Zo is de haast poëtische schriftuur een zeer krachtige sfeerschepper: ‘van de grijze massa’s die als / schipbreukelingen lijken aangespoeld / op oevers van beton / tot aan de daktuinen / waar het zwart op regent / en niets op overleven kan.’
       De tekst zit ook overvol met ijzersterke beelden en inventieve aberraties. Toehoorders (maar vooral lezers) die bereid zijn een en ander te visualiseren, worden beloond met een bevreemdende trip langs ‘hoopjes smeulende bejaarden’, ‘vuile voedselkraampjes waar je zwangere zwanenburgers kunt eten’ en ‘boulevards zo breed dat zebrapaden de overkant niet halen’.
       Ook de zwarte humor is van een hoog niveau. Of het nu gaat over de metrowagons die volhangen met affiches voor zelfmoordlijnen en jobcentra – ‘alsof alleen suïcidale werklozen het openbaar vervoer nemen’ – of over de vrouw die zich sterk maakt dat ze door de profeet Mohammed werd verkracht.
       En tot slot is ook choqueren nog altijd (misschien wel hoe langer hoe meer) een kunst. Abattoir Fermé slaagt daar deze keer bijvoorbeeld in door diezelfde Mohammed na gedane zaken zijn pik te laten afvegen met de hoofddoek van zijn vrouw. Of door verslag te doen van Jacks mislukte pogingen tot een doe-het-zelfabortus bij Joan.

5. Thema: fucked en fucked en fucked

Lala-land zet een individueel-existentiële malaise af tegen een toekomstbeeld van een wereld waarin alles wat al scheef zat nog schever is gegroeid. We zien hoe Joan een voor een haar illusies verliest tijdens haar pogingen om uit te zoeken op welke manier het leven het waard zou kunnen zijn geleefd te worden volgens een strak opgesteld schema.
       Daarnaast komen tal van andere, zij het vaak minder urgente onderwerpen aan bod. Bij de evocatie van de verkrachting door Mohammed wordt opgemerkt dat de profeet er precies uitziet ‘zoals in de cartoons’. Joans avonturen als pornoactrice maken duidelijk dat materiaal van bestaande pornofilms op schandelijke wijze wordt verknipt en gerecycleerd om er weer ‘nieuwe’ films van te maken. Met een (gebrek aan) sérieux, sterk variërend naargelang van het onderwerp, plaatst Abattoir Fermé dus onder meer kanttekeningen bij de grillen van het alledaagse leven, het religieuze fundamentalisme en de seksindustrie. De tranche de viestarring Joan en Jack – wordt daardoor nog geen allesomvattend essay over de staat van mens en wereld, maar in de aangeraakte onderwerpen kan men wel een rode draad ontwaren. Die betreft een waarschuwing tegen het cultiveren van het status-quo, en tegen het capituleren voor een scenario dat voor eeuwig lijkt vast te liggen. Of het nu om het scenario van een mensenleven, een godsdienst, een pornofilm (ironisch uiteraard), of een theaterstuk gaat.
       De levens en universums in de Chaostrilogie worden geteisterd door herhaling: ‘fucked en fucked en fucked ... / het leven in herhaling / de wereld in loop / huilend hopend / dat god, beste meneer Wilfried / het deksel van de doos / optilt en zegt / “kom naast mij zitten, dan kunnen we kijken” / maar de doos blijft dicht.’ Wilfried Pateet-Borremans, die gaandeweg het statuut krijgt van een goddelijke schepper, wordt de capaciteit toegedicht het geheel een draai te kunnen geven en een andere richting te doen uitgaan. En Pateet-Borremans is natuurlijk niet toevallig een regisseur, die er in een recent kritisch een-tweetje met recensent Wouter Hillaert in het tijdschrift Rekto:Verso al een optreden als alter ego van de makers heeft opzitten1. Bij die gelegenheid liet Pateet-Borremans zich gelden als een voorvechter van het scheppend theater, dat weigert terug te grijpen naar het repertoire uit het verleden. De toekomst mag er in de Chaostrilogie dan niet zo rooskleurig uitzien, in de mate dat we ze (in de fictie) naar onze hand kunnen zetten, is ze vele malen spannender dan het verleden dat we al kennen.

6. Intertekstuele referenties: incestueus familieportret
Bij die tussenkomst in Rekto:Verso liet Pateet-Borremans ook opmerken dat in het oeuvre van Abattoir Fermé ‘alles met elkaar te maken heeft’ en bekeken kan worden als ‘een incestueus familieportret’. Als we ons tot de trilogie beperken, blijkt dat echter nogal mee te vallen. Behalve Pateet-Borremans komen ook het zwarte gat, het danseresje Joan, mister Panda en hier en daar een serveuse meerdere keren voor. Hun precieze onderlinge relaties (Joan zou bijvoorbeeld de moeder zijn van Pateet-Borremans die haar desondanks ook bevrucht) blijft ook na een intensievere beschouwing eerder aan de vage kant. Ze lijken alleszins niet volgens een ingenieus goddelijk plan met voorbedachten rade vastgelegd. Als het de bedoeling was om de orkestrerende kracht te illustreren van regisseur Pateet-Borremans en van de schrijvers die hij tot alter ego dient, kunnen we hier spreken van een gemiste kans.

7. Extratekstuele referenties: okay to confess
Het zou de moeite lonen de teksten van de Chaostrilogie eens ter annotatie voor te leggen aan een panel van experts inzake cybercultuur, comic books, en independent cinema. De titel Indie van het eerste deel slaat op de herkomst van het bronnenmateriaal waar de schrijvers met hun werk aan refereren. Joost Vandecasteele gaf aan dat de aanleiding om Indie te maken een citaat was van de Britse sciencefictionschrijver J.G. Ballard2. Die stelde dat de mens primitiever wordt naarmate de technologie geavanceerder wordt. Ballards roman High-Rise gaat over een appartementsgebouw waarin de bewoners zoveel comfort hebben dat ze hun primitieve instincten op een onbehoorlijke manier beginnen botvieren. Dat is inderdaad zo’n beetje de setting waarbinnen Indie 
zich afspeelt. Verder vernoemt Vandecasteele ook nog een aantal comic books – zoals de Transmetropolitan-reeks van Warren Ellis, over een journalist die bericht vanuit een dolgedraaide stad, The Invisibles van Grant Morrison en Sin City van Frank Miller.
       Wat Lala-land betreft kunnen we alvast melden dat er in het echt ook mensen zijn die zoals Jacks ‘back-upbitch nummer vier’ een seksparodie van Da Vinci’s Het Laatste Avondmaal op hun rug laten tatoeëren. En dat de dimethyltryptamine die Jack in zijn ureter gespoten krijgt effectief psychoactieve eigenschappen heeft. Het verhaal dat Jacks oma vertelt over de man die een realiteitschip krijgt ingeplant, is volledig gebaseerd op het kortverhaal ‘The Electric Ant’ van sciencefictionschrijver Philip K. Dick. En de twee lange reeksen met graffititeksten die Jack op straat en in de publieke toiletten afleest – genre ‘recycleren interesseert mij niet maar ik doe alsof’ – komen letterlijk uit populaire bundels met anonieme bekentenissen zoals It’s Okay to Confess to Strangers.


Noten

1. De open brief van recensent Wouter Hillaert aan Abattoir Fermé in Rekto:Verso nr. 22 (maart-april), is terug te vinden op www.rektoverso.be. Het antwoord van Wilfried Pateet-Borremans in nr. 23 (mei-juni) op www.abattoirferme.be.
2. Interview ‘De ridders van de Apocalyps’ van Joost Vandecasteele en Stef Lernous met De Standaard, verschenen op 25 mei 2005.