Tot de dood hen scheidt: architectuur en het boek, van Victor Hugo tot Rem Koolhaas

Auteur: Maarten Delbeke

Mais il faut créer l’esprit d’habiter des maisons en série. Chacun rêve légitimement à s’abriter et à s’assurer la sécurité de son logis. Comme c’est impossible dans l’état actuel, ce rêve, considéré comme irréalisable, provoque une véritable hystérie sentimentale; faire sa maison, c’est à peu près comme faire son testament… Quand je ferai ma maison… je mettrai ma statue dans le vestibule et mon petit chien Ketty aura son salon. Quand j’aurai mon toit, etc. Thème pour un médecin neurologue. Lorsqu’a sonné l’heure de bâtir cette maison, ce n’est pas l’heure du maçon ni du technicien, c’est l’heure ou tout homme fait au moins un poème dans la vie. Alors, nous avons, depuis quarante ans, dans les villes et les périphéries, non pas des maisons, mais des poèmes, le poème de l’été de la Saint-Martin, car une maison est le couronnement d’une carrière… ce moment précis où l’on est assez vieux et décati par l’existence pour être la proie des rhumatismes et de la mort… et des idées loufoques. (noot 1)


Voor Le Corbusier ─ de auteur van bovenstaand citaat ─ kan alleen het in serie vervaardigde, geprefabriceerde huis aan de werkelijke noden van de mens beantwoorden. Zo’n huis – de welbekende machine à habiter – is gestoeld op de wetmatigheden van het gesofisticeerde werktuig en de geometrie. Het wordt gemaakt door een technicus. Het huis dat daarentegen een individuele wensdroom moet vervullen, realiseert slechts een waan. Het bouwen van de eigen woonst ‘is het uur waarop elke mens minstens één gedicht schrijft in het leven’. Alles wat iets betekent voor hem (en, in deze gretige evocatie van hysterie en schoothondjes, zeker ook voor haar) krijgt er zijn plaats, zoals in de res gestae die Benito Mussolini op de tombe van Augustus liet aanbrengen. Omdat het bouwen van zo’n huis onnoemelijk veel tijd en moeite vergt, is het meestal ook de laatste prestatie in een mensenleven. Die ultieme betekenistoekenning verandert het eigen huis van de handzame handlanger die het zou moeten zijn in een overladen gedicht. Het nest is een grafschrift, het gereedschap wordt een monument.
      
De tegenstelling tussen het gestandaardiseerde en het geïndividualiseerde huis dient om een centrale vraag van het modernisme te behandelen, namelijk wanneer en hoe ‘grote’, uitzonderlijke architectuur thuishoort in het (moderne) alledaagse. In de geciteerde passage verbindt Le Corbusier die vraag bovendien met de betekenisdimensie van de architectuur: er schuilt gevaar in gebouwen die meer willen zeggen dan nodig. Dit argument past uiteraard binnen zijn esthetica, waar de schoonheidservaring berust op een stilzwijgende sympathie tussen de mens en de wetten van de geometrie. Maar het raakt ook een algemener punt, dat bovendien steeds weer opduikt in de moderne architectuurgeschiedenis. Voor Le Corbusier tast overdreven betekenistoekenning de essentie van de architectuur aan. Als een gebouw een gedicht wordt, verliest de architectuur haar rechten. Ze staat dan ten dienste van een al dan niet legitiem verhaal dat eigenlijk aan iemand of iets anders toebehoort. Architectuur mag slechts bij uitzondering monumentaal zijn, niet alleen omdat ze anders tot kitsch verwordt, maar ook omdat ze in elk monument iets van zichzelf verliest.


Noot

1. Le Corbusier, Vers une architecture. Flammarion, Paris, 1995, p. 196-97.


Lees meer in Ceci tuera cela