Feuilles Volantes
Literatuur plots gekatapulteerd tot in het middelpunt van een maatschappelijke discussie? Het gebeurt nog hoogst zelden, zo lijkt het. Maar toen eind januari 2012 politierechter Peter D’Hondt een wegpiraat veroordeelde tot het lezen van de ‘requiemroman’ Tonio (2011) van A.F.Th. van der Heijden, laaide de oude vraag naar de relevantie van literatuur in volle hevigheid op. Van der Heijdens boek is een reconstructie van de laatste uren en dagen van zijn zoon Tonio, die op eerste pinksterdag 2010 om het leven kwam nadat hij werd aangereden door...
De ophoping van zand en abstracties. Over Schuiten & Peeters en Mazzucchelli
Midden 2011 verscheen Heinz, de graphic novel van het Amsterdamse stripduo Windig & De Jong. Bestaat de grafische omgeving van de rosse kater meestal uit één strook van drie of vier kadertjes, dan speelt hij nu in een lang antiverhaal vol uitweidingen, interventies en nevenverhalen. Dat zorgde voor een nogal verongelijkte bespreking op de website van De Stripspeciaalzaak. Volgens de recensent misbruiken Windig & De Jong de term graphic novel, ‘de verzamelnaam voor strips die geacht zijn op een hoger niveau te staan dan de populaire strip’. Dient de term in de eerste plaats een type strip te zijn waarvan de kwaliteit of het niveau wisselend kan zijn, dan vereenzelvigt deze criticus genre en evaluatie. Op die manier is zijn uitspraak een mooie heropvoering van de ideologie van het culturele kapitalisme: je koopt niet enkel een graphic novel, maar ook het aura waarmee het zich omringt: het hogere niveau dat de criticus aan het ‘genre’ verbindt, straalt ook af op zijn eigen persoon. Dat leidt soms tot een nogal pedante ondertoon in recensies, zoals in deze leesnotitie van Marja Pruis over Asterios Polyp: ‘Ongelooflijk hoe ook in een getekend verhaal de spanning tussen fictie en werkelijkheid, dromen en angsten, gesuggereerd kunnen worden.’ Ja jong, zotte shizzle die strips.
Waarschijnlijk wilden de geestelijke vaders van Heinz eens goed spotten met een dergelijke pretentie en onwetendheid. Hun strip vraagt dan ook erkenning en waardering voor de eigen traditie waarin ze werken. Dat blijkt alvast uit de talrijke verwijzingen die zonder meer als hun ‘poëticale’ achtergrond mogen worden beschouwd: Toon Hermans, Felix de Kat, Laurel & Hardy, Peanuts. Hun populaire, humoristische strip staat in een traditie, in een manier van vertellen.
Als een manier van vertellen wil ik ook Asterios Polyp (2009) van David Mazzucchelli en De theorie van de zandkorrel 1 & 2 (2008) van François Schuiten en Benoît Peeters bespreken. Specifiek ben ik benieuwd in welke mate de vertelling (het medium, hoe er wordt verteld) meer is dan een drager en ook wezenlijk bijdraagt tot het vertelde (de inhoud, wat er wordt verteld)?
Lees meer in Zzzzzzz, de laatste graphic novel.





