Zeggen we nu samen: ik heb gezegd hij heeft gezegd. Dialogen in Dixi(t)

Auteur: Lars Bernaerts

 

Er moet iets voltooid zijn. Zo lijkt het toch. Het laatste boek van Ivo Michiels’ ambitieuze Alfa-cyclus eindigt in 1979 met een titel in voltooide tijd: Dixi(t). Dixi betekent simpelweg ‘ik heb gezegd’, ook wel ‘ik heb gezegd wat ik te zeggen heb’ of geladener, zoals Van Dale aangeeft, ‘mij treft geen blaam als naar mijn waarschuwing niet wordt geluisterd’. Blaam, schuld, waarschuwing: zijn dat geen leidmotieven in de hele cyclus? De proloog van het eerste cyclusdeel, Het boek Alfa, start met een vingerwijzing, wanneer een groepje kinderen de weg verliest bij de nieuwjaarsrondgang en de schoen van de oudste onder hen in de modder blijft steken. ‘Dat was het dus: een vingerwijzing.’ Wat in de delen die erop volgen doorklinkt, is een stevig ingesleten schuldgevoel van een persona die tijdens de oorlog de tekenen aan de wand niet zag. Misschien treft hem wel blaam omdat hij de waarschuwingen negeerde. In Exit, waarvan de titel onmiskenbaar verwant is met Dixi(t), creëren creatieve, soms absurde taalvelden een ontsnappingsgat, maar daarmee was de cyclus nog niet afgerond.

Dixi(t) keert terug naar de herkenbare en zelfs autobiografische wereld. In de roman wordt een episode van schuldverwerking nadrukkelijk afgesloten in een dialoog tussen die schuldbewuste persona – in dit deel min of meer herkenbaar als de schrijver zelf – en een joodse handelaar. Tegelijk laat de roman de afsluiting van een leven zien: het hoofdpersonage ziet zijn moeder aftakelen en sterven. De gesprekken met de jood en met de moeder zijn bovendien ingebed in een ware woekering van andere letterlijke en figuurlijke dialogen, die wezenlijk zijn voor Michiels’ opvatting van literatuur en wereld. Willen we vandaag het gesprek met Michiels’ oeuvre opnieuw aangaan, dan is Dixi(t), dat veel te weinig gelezen Michielsboek, dus geen slecht begin.

 

Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2017 3.