Beste Charlotte,
Jij en ik kijken meer dan dat we lezen. Het zijn beelden die op ons netvlies gebrand blijven eerder dan zinnen. Maar op aangeven van Koen Peeters en Jeroen Overstijns, vanwege DW B, heb ik Elsschot herlezen, en plots zag ik jouw foto’s voor ogen. Bij Elsschot begint en eindigt elk avontuur bij het beeld van de familie. De kring van degenen aan wie we gebonden zijn, waarin we telkens weer plaatsnemen, waar geborgenheid heerst en tegelijk de grootst mogelijke verveling.
Ik wil je vragen, Charlotte, om naar de familie te kijken zoals je naar de gated communities kijkt die je al meermaals fotografeerde. Neem nu je eerste monumentale serie ‘The Fountains, where living is a pleasure’ uit 2003, waar je de gesloten gemeenschap van gefortuneerde bejaarden in Florida in beeld brengt, die collectief tracht te ontsnappen aan de tand des tijds en zich al in de hemel waant ‘where nothing ever happens’. Of hoe je de immer zonnige lifestyle golf community in Woodhill documenteert in 2005. Bange blanke Zuid-Afrikanen in Pretoria die zich afschermen van de chaotische buitenwereld in een artificieel decor dat het midden houdt tussen een vakantiepark en een gevangenis. Je infiltreert telkens weer in deze zwaarbewaakte sociale enclaves om van binnenuit die ingekapselde, perfect ingerichte, wezenloze levens te verbeelden. Iets in mij zegt dat jij de geknipte persoon bent om een actueel beeld te geven van de private veilige cocon die de familie is. Jij neemt de juiste afstand Charlotte, om een portret neer te zetten waar het vertrouwde tegelijk vreemd is, en een spontaan gebaar door en door theatraal wordt opgevoerd. Een donkere kleurrijke fotoreeks wordt het, je meest persoonlijke tot nog toe.
En ook in ‘Cocon’ zijn het nog altijd de vrouwen die pront de plak zwaaien, terwijl de nonkels en pépés zich als schimmen achter hun krant terugtrekken. Waar ik al naar uitkijk is die mengeling van gereserveerdheid en sexappeal in je vrouwenportretten.
Vergeet niet een zelfportret te maken, Charlotte, dat je dubbelzinnige positie als binnen- en buitenstaander onthult, en waarmee je een taboe raakt dat Elsschot met verve bespeelde: het dubbele gevoel niet (meer) te passen in ‘de kring van die waar ik aan gebonden ben’, en met tegenzin dat ontegensprekelijke beeld te aanvaarden van de doodgewone burgermeisjes die we zijn… Geen wolkje aan de hemel, of toch?
Ik hoop dat ik niet te persoonlijk ben geworden, Charlotte. Alvast bedankt voor je beelden die veel meer tonen dan we er ooit over kunnen zeggen. Ook in dit literaire genootschap van DW B-getrouwen, blijven wij immer vreemde eendjes.
Inge Henneman