Helena Vande Ginste (22) studeerde westerse literatuur aan de KU Leuven en volgt nu culturele studies. Ze bracht een Engelstalige dichtbundel uit en schreef een album tijdens haar opleiding singer-songwriting aan de academie van Schoten. Geraakt door het alledaagse schetst ze een onbewuste plek die er voor iedereen anders uitziet. Ze werkt aan een roman die het daglicht al dan niet zal zien.
Foto: Connor Fuchs
I. dauwzoeker
dauwzoeker, liefste speurder
klimt uit het raam
uit ramen van trappen afrollen afvallen
kleine hij,
hij ruikt het nieuwe water
kan het niet alleen laten
wil dat water proeven
voelen
tastend, plukkend, wroetende vingers
in zoete aarde, zoekt hij
plukt al de bloemetjes af
een aandenken van zijn moeder van steen,
zijn vader van koper
(zeg het niet tegen papaatje)
zoekt zachte genadige druppeltjes
– niet om het grof te maken –
maar om zich te herinneren
de wortels van zijn bestaan
II. buidelrat
vandaag ben ik in bomenslaap
het snerpend metaal van de rookmelder
is een tinkelding
ik dwaal dus ik ben
tot dat niet meer is
liever was ik onbepaald
of weides met die dofheid, jasmijn,
troebele wateren,
flitsende muggen vonken
kaaiman rimpelt de beek
mijn verraderlijke hart klopt plankendiep,
weggestoken
slaat nu op als een motor
dieseldruppels, speelse slangetjes, glijden over het riet
staat hier iets in brand?
rook grijnst, de sirene loeit luider maar
ik ben hier niet
hou me dood, in de koplampen van mijn eigen hart
ik ben.
III. naar de vuurtoren
loze blikken van zij die elkaar niet begrijpen
niet willen, misschien
houdend aan het lof van hun voorvaderen
de gebruiken van hun voorvaderen
oorlogswolken vanuit schepen aan de kust
(het was te veel voor haar; ze verdronk zich in de rivier voordat de wereld haar verdronk)
en tegelijk
indrukken van de zee die zich tussen alles en iedereen mengt
overstroomt
het overneemt
is het een einde, dan is het genadig:
de zee komt en neemt alles over
s l i k t
ons in
s l o k t ons op
het water
k l o t s t
k l o t s
en geen KABOEM van raket of bom.