Carmien Michels
Iedereen heeft wel een beeld van Antarctica, maar weinigen onder ons zullen in hun leven werkelijk de Zuidpool aandoen. Een reis naar Antarctica klinkt bijna even onwaarschijnlijk als een reis naar de maan.
Het einde van de wereld aan zuidelijke kant spreekt al eeuwenlang tot de verbeelding. Lang voor het continent werd ontdekt, werd het al beschreven en bedacht, voor het eerst in de vierde eeuw voor Christus door Aristoteles. Pas in 1911 bereikte de ploeg van de Noorse Roald Amundsen als eerste de zuidpool, het meest zuidelijke punt op aarde. Vandaag, een ruime eeuw later, is het continent een oefenterrein voor geopolitieke spelers, een lokroep voor adrenalinetoeristen en – nog steeds – een onuitputtelijke bron voor schrijvers, kunstenaars en fantasten.
In dit nummer brengen curatoren Jan-Willem Anker en Patrick Bassant auteurs, beeldmakers, dichters en wetenschappers samen die een fascinatie voor Antarctica delen. Een van hen is wetenschapsonderzoeker Francesca Bormioli, die als eerste vrouw solo op missie over de Noordpool trok en vergeefse plannen maakte om de Zuidpool te bezoeken.
De meeste bijdragers aan dit nummer bezoeken het continent in gedachten. Ananda Serné en Jens Meijen nemen ons mee naar dystopische plekken zoals een Antarctisch kuuroord waar je kan douchen in sneeuwbuien of een onderzoeksbasis waar menselijk contact en waarachtige data het moeten afleggen tegen een economisch wenselijke AI-selectie. Theatermakers Ellis Meeusen en Pleun van Engelen zoeken het gezelschap op van de eerste ontdekkingsreizigers, met wie het vaker tragisch dan heroïsch afliep.
Slechts drie bijdragers bezochten werkelijk het continent. Jan Sluyterman is er enkele keren geweest, jaren geleden, toen hij werkte op een zeilschip. Was hij een van de verdwaalde bezoekers die het oude orgel bespeelde in het kerkje van het verlaten walvisstation Grytviken? In zijn bijdrage blikt hij terug op het Antarcticaverdrag uit 1959, een baanbrekend internationaal verdrag dat een sjabloon werd voor internationale afspraken over het beheer en gebruik van de diepzee, de maan en andere hemellichamen. Poolreiziger Adwin de Kluyver opent met een kennismaking met de Japanse ontdekkingsreiziger Nobu Shirase en sluit af met een Antarctische citatencollage over de eeuwen heen. Fotograaf Sjoerd van der Knokke reisde als expeditie- en scheepsarts menigmaal naar Antarctica en laat onze blik glijden over pinguïns, het landschap en de menselijke invloed daarop.
Je zou kunnen zeggen dat dit nummer over Antarctica gaat, maar nog meer gaat het over de menselijke aanwezigheid en blik op Antarctica. Er wordt gezocht naar beelden voor een continent dat lang niet in kaart gebracht kon worden. Er wordt gezocht naar taal voor een plek die geen oorspronkelijke bewoners kent en dus ook geen moedertaal heeft, enkel de steeds veranderende taal van avonturiers, toeristen en wetenschappers op doortocht.
Tussen de dreigingen in het verleden en de toekomst, wordt er gekeken naar wat er vandaag verschuift en op het spel staat. Het smelten van ijsbergen, het verdwijnen van populaties. Sara Eelen reflecteert over de taal van leenwoorden, fantoomwoorden, ontkenning en crisis en doet een aanzet voor een verklarende woordenlijst, om iets te kunnen vastgrijpen dat onvermijdelijk zal verdwijnen. Een ongrijpbaarheid die menig dichter inspireert – amoureus, activistisch, experimenteel en spiritueel – zoals te lezen in de duobijdrage van Thomas Möhlmann en Esther Parigger of de gedichten van Claude van de Berge.
Elke foto genomen op Antarctica is een momentopname, een topje van de ijsberg. Onder invloed van water, weer, wind, menselijke exploraties en inherente veranderingen is het ijslandschap continu in beweging. Morgen heeft alles alweer een ander gezicht.
Ook binnen een 171 jaar oud tijdschrift als DW B zijn verschuivingen en veranderingen onvermijdelijk. Aan het einde van 2026 nemen we afscheid van verschillende leden, van wie sommigen zich ruim een kwarteeuw inzetten voor ons tijdschrift. We danken hen voor hun jarenlange betrokkenheid en hun boeiende ideeën en teksten die het debat en de literatuur versterkten.
Met de jaarwisseling laten ze DW B in goede handen achter. De vernieuwde kernredactie zal in het eerste nummer van 2027 aan u worden voorgesteld. We kijken met spanning en nieuwsgierigheid uit naar de nieuwe intergenerationele dynamiek die zal ontstaan en ongetwijfeld de literatuur binnen en buiten ons tijdschrift zal beïnvloeden.