'Kwantum' door Evelien Feys (tweede laureaat)

Superpositie

Ik tel de dagen niet

meer enkel nog de

nachten

De afdruk op het kussen de

herinnering en de aankondiging

 

Sommige dingen kunnen op meerdere plaatsen tegelijk

 

bestaan Ik dacht altijd dat mensen bits waren: één of geen

met ondoordringbare grenzen

Maar in gedachten denk ik je telkens

anders alsof jij overal in mij bestaat

op manieren die verschillend en toch hetzelfde zijn

Variatie

Ik wikkel mij rond

je ribbenkast Ik vraag me af

als ik mezelf kon uitrollen

mijn partikels nog net aan elkaar

of ik elke rib zou kunnen rondbreien

 

Meten en kennis vergaren verandert de status van het

 

object Ik tel een inventaris van je lichaam bij elkaar

Ik turf je sproeten in mijn brein als de nachten op mijn

muur Waar je het meeste van hebt

daar maken we een feestmaal van

 

Ik vraag me af

hoeveel er van mij in je mond past

hoeveel keer ik het moet vullen met een stuk van

mezelf tot jij in mij verandert

Connectie

Ik houd mijn adem in

en wacht tot de grond in water

verandert zodat niets nog gegrond is

in rede

De deining van je borst houdt me vast

 

Aparte partikels kunnen een extreem sterke band hebben, ook op

afstand Het zeuren van mijn longen

herinnert aan hoe wij niet dezelfde

zijn Toch ademen wij door elkaar

heen

 

zoals ook iedereen niet bestaat zonder elkaar

 

Wij ontwikkelen ons tot

kwantumdeeltjes op zoek naar nieuwe

wegen van verbinding We weten niet

goed waar te beginnen

of te eindigen, maar we bestaan op plekken die

we nooit zullen zien