Het puin ruimen, het ik lijmen. Over Maarten van der Graaffs 'Nederland in Stukken'
Het gaat slecht met de boekhandels, zoveel is duidelijk. De linkerzijde van het politieke spectrum krijgt ook behoorlijke klappen, zeker op wereldschaal. Als je dan een linkse boekhandel bent, niet gericht op winst, maar op ‘het linkse gedachtegoed verspreiden middels boeken, brochures, pamfletten en discussiebijeenkomsten’,[i] ben je tegenwoordig een vogel voor de kat. In 2015 ging de boekhandel de Rooie Rat in Utrecht op de fles, en Maarten van der Graaff kocht er, bij wijze van poëtisch opportunisme, stapels ‘pamfletten, studies en tijdschriften, uit interesse in de politieke taal uit de jaren zeventig, tachtig en negentig’.[ii] Die documenten vormen de grondstof voor de bundel Nederland in Stukken (2020), de opvolger van de bundels Vluchtautogedichten (2013), Dood Werk (2015) en de roman Wormen en Engelen (2017). Gezien de titel zal het je ongetwijfeld niet verbazen dat de centrale vraag van de bundel, dixit de achterflap, luidt: ‘Wat is Nederland?’ Gaandeweg blijkt – gelukkig – dat dat misschien de initiële impuls maar niet het eindpunt van de bundel is.