'Rinkel' en 'Enkelkou' door Anne van den Dool

Rinkel

 

Het punt van dit kleine lichaam is niet

het gebrek aan ruimte binnenin

maar alle lucht die eromheen zweeft –

lucht die tastbaar maakt wat je nog

niet hebt gezien, nauwelijks weet

 

als de telefoon die eindeloos rinkelt

in het grote huis waarin je voor het eerst

op woensdagmiddag alleen gelaten bent,

een echo die door de keuken badkamer woonkamer klinkt

en jij die uiteindelijk met bevende stem stopzet – 

 

ze vragen naar een vrouw met jouw achternaam

die iets moet zeggen over gasrekeningen

autoverzekeringen brandschade aan andermans huis

 

en je probeert zo volwassen mogelijk

te klinken als je zegt

dat jouw wereld nog te klein is

voor het antwoord op dit soort vragen:

 

de grenzen van jouw platte aarde lopen tot waar je

fietsen kunt zonder de weg kwijt te raken,

kunt roepen zonder dat een onbekende je hoort,

 

en wanneer je ophangt voelt het

alsof je iets groots en engs hebt afgeslagen

dat normaal gesproken enkel

onder je bed verscholen gaat.

Beeld: Lore Rabaut en Frank Depoorter (uit DW B 2013 1)


Beeld: Lore Rabaut en Frank Depoorter (uit DW B 2013 1)

Enkelkou

 

De bedoeling is je klein te houden:

ze staan naar je te kijken terwijl je je voeten in
nog een paar sandalen wurmt,
de dozenstapels waaroverheen je moet stappen

steeds hoger voordat je bedachtzaam over de

grijze vloerbedekking sluipt –

babybeentjes, kinderwagens, houten treinrails
versperren de weg, als een parcours dat je moet vertellen
waar het in je sokken stokt.

Ze willen dat je langzamer loopt,
zie je aan hun blikken als je terugkomt.
Je weet het te zeker: maak je rondes langer,
voel nog eens bij de knelling van je hiel.
Ga zitten: je tenen klauwen te ver naar voren,
je voeten groeien ongelijkmatig,
je lichaam is uit balans.

Op deze leeftijd mag je nog niet overtuigd zijn:
je moet en zal met je vinger in je mond
twijfelen tussen blauw en roze, tussen gesp en veter,
tussen dikke en dunne hak.
En dus doe je alsof: sluip je nog een extra rondje,
tuur je tussen het knisperpapier, zuig je aan je duim.

Aan het einde van de middag – drie dozen rijker,
je moeder rekent ze samen met de spraybussen af –
voel je niets meer, alleen nog het prikken van de
metalen meetlat in je voetbed,
waarmee ze zichzelf verzekeren
dat je enkels nog steeds
in de verkeerde hoek staan.

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.