Natuurlijk ook te koop in de Oostende boekhandels Corman, De Witte Zee en Standaard Boekhandel

Op 16 juni wordt wereldwijd Bloomsday gevierd, dé feestdag van de grote modernistische schrijver James Joyce. In zijn bekendste boek Ulysses vertelt Joyce het verhaal van een enkele dag uit het leven van Leopold Bloom. Bloom doorkruist Dublin van het ene einde van de stad naar het andere. Die welbepaalde dag in Dublin - 16 juni 1904 - werd wereldberoemd als Bloomsday.

Dit jaar is het exact een eeuw geleden dat de familie Joyce uitgebreid vakantie vierde in Oostende. Het wordt meteen de vijfde editie van Bloomsday in Oostende, én de feesteditie. Speciaal voor u doorkruisten zesentwintig schrijvers en fotograaf Jef Van Eynde Oostende. De stad wordt bekeken en becommentarieerd door een zekere Bloem, het hoofdpersonage dat deze schrijvers voor de gelegenheid in het leven roepen. Wie is deze Bloem? Is het de schrijver zelf? Of bent u het?

Wie dit door Koen Peeters samengesteld nummer Bloem in Oostende. 26 literaire wandelingen met James Joyce leest, voelt vanzelf de drang om zelf naar de kust te trekken. Al dan niet met strohoed, blazer, wit hemd en wandelstok...

Met bijdragen van Lieven Van Den Abeele, Britt Bakker, Dirk Beirens, Philippe Braem, Jeroen Cornilly, Seppe Decubber, Heleen Debruyne, Hans Depelchin, Ignaas Devisch, Kurt Van Eeghem, Rob van Essen, Jef Van Eynde, Eli Elise Hoopman, Sanne Huysmans, Geert Lernout, Vincent Van Meenen, Carmien Michels, Koen Peeters, Eric Rinckhout, Mark Schaevers, Helen Simpson, Els Snick, Lize Spit, Caro Van Thuyne, Hendrik Tratsaert, Xavier Tricot, Flor Vandekerckhove en Erik Vlaminck.


Bij deze editie:

Presentatie

Op vrijdag 12 juni wordt  ‘Bloem in Oostende/ 26 literaire wandelingen’ voorgesteld. Met Eli Elise Hoopman, Seppe Decubber en Britt Bakker (alle drie van De Letterie, Oostende) én de Portiers van de Oceaan.

Vrijdag 12 juni, 19 u, Bibliotheek Oostende, Wellingtonstraat 17. Inkom gratis, wel graag inschrijven.

 

Smaakmaker

Koen Peeters schreef de inleiding 'Wij zijn de portiers van de Oceaan':

'De Portiers zijn van oordeel: elke plek kan literair zijn, maar toch zeker een stad aan zee als Triëst, Dublin en Oostende… Deze literaire wandelgids is vooral een uitnodiging om zelf te gaan wandelen in Oostende.
Wordt u ook een Portier van de Oceaan?'

 

Beelden

Fotograaf Jef Van Eynde zocht telkens de locatie op die vermeld werd door de schrijvers, voor zover dat nog mogelijk was. Hij koos resoluut voor analoge zwart-wit fotografie.

 

 

 


Nieuws

'Bloem in Oostende' in DSL

De Standaard der Letteren signaleert ons nieuwste nummer!

'Bloem in Oostende' bij Pompidou

Curator Koen Peeters vertelt bij Pompidou over 'Bloem in Oostende', de literaire wandelgids over Oostende.

'Bloem in Oostende' in De Morgen

Curator Koen Peeters trok met Dirk Leyman naar Oostende.

 

Literaire kritieken

DW B positioneert zich stevig middenin het literaire debat. Bekijk hieronder de nieuwste literaire kritieken.

Afscheid van de natuur. Over ‘waarom vogels’ van Edzard Mik

Goede vraag: waarom vogels, eigenlijk? Binnen het tegenwoordig populaire genre van klimaatfictie wordt de boodschap (in het kort: dat de mensheid door de natuur te blijven vervuilen en vernietigen haar eigen graf graaft) doorgaans met zwaarder geschut overgebracht. Hooggewaardeerde Angelsaksische baanbrekers als Oryx and Crake (2003) van Margaret Atwood, The Road (2006) van Cormac McCarthy en The Stone Gods (2007) van Jeanette Winterson roepen bijvoorbeeld barre, dystopische werelden op, waarin klimaatverandering heeft gezorgd voor een totale ontwrichting van de maatschappij en de dienst wordt uitgemaakt door bandieten, militairen of dictatoren. In een recente golf Nederlandstalige romans komt de ecologische Apocalyps steeds in de gedaante van het onhoudbare water – geen wonder, aangezien het voor de Lage Landen daadwerkelijk de grootste natuurlijke dreiging is. Lieke Marsmans Het tegenovergestelde van een mens (2017), welbeschouwd de eerste uitgesproken ecokritische tekst van deze eeuw, draaide al om een damdoorbraak, en schrijvers die in haar voetsporen traden, kozen vaak voor overstromingen of orkanen. Dat gaat in ieder geval op voor Eva Meijer (Zee nu, 2022), Wouter Godijn (Karina of de ondergang van Nederland, 2021) en Adriaan van Dis (KliFi. Woede in de republiek Nederland, 2021). Het boek van alle angsten (2020), de overdadig grimmig getitelde roman van Emy Koopman, beschrijft het karakter van de klimaatramp minder expliciet, maar dat die aanstaande is en het einde van de mens zal betekenen, staat vanaf de eerste bladzijde vast. Daarna wordt er ook nog een gewelddadige, repressieve machthebber opgevoerd die de laatste uren van de aardbewoners extra mag bederven. 

Lees meer »

Ondergronds kronkelen. Over 'Slangen' van Dominique De Groen

De slangen uit Dominique De Groens nieuwste bundel krioelen werkelijk overal. Als een Escher-achtig patroon op de gifgroene omslag, als kleine iconische markeringen van de 25 titelloze gedichten in het binnenwerk en bovenal in en onder het oppervlak van de zanderige en zinderende wereld die de dichter voor ons optrekt. In haar vorige bundels – het debuut Shop Girl (2017) en de opvolgers Sticky Drama (2019) en offerlam (2020) – bleken transformatie en transmutatie belangrijke thema’s, ook in Slangen gaat De Groen virtuoos met dat thema aan de haal. De vraag om wat voor slangen het gaat, blijkt meteen al lastig te beantwoorden. In het midden van de bundel krioelen biologische en metaforische soorten heftig door elkaar:

Lees meer »

Schijnbaar rommelig voortvloeisel van het bestaande. Over 'oneindige zin' van Rozalie Hirs

Twee keer moest ik deze woorden lezen om mezelf ervan te verzekeren dat ik Rozalie Hirs’ woorden niet per ongeluk in andere volgorde had gelezen: ‘stijlkundige vernieuwing van abstractie naar figuratie’. Abstractie in de kunst wordt namelijk vaak gezien als steeds verder verwijderd raken van de figuratie, met als eindpunt een kunstwerk dat alleen zichzelf is en niet langer naar een herkenbare werkelijkheid verwijst. Hét voorbeeld is natuurlijk Piet Mondriaan, wiens onvoltooide Victory Boogie Woogie (geschilderd tussen 1942 en 1944) een ritmische ordening is van kleurvlakken en -vlakjes.

Lees meer »

De lokroep van extreemrechts. Over 'Herfstdraad' van Jamal Ouariachi

De cancelcultuur grijpt gretig om zich heen, en ook schrijvers blijven niet buiten schot. Vorig jaar verhaalde Henk van Straten in Ernest Hemingway is gecanceld al over een fotocurator van een museum voor moderne kunst die dreigt op straat gezet te worden omdat hij een expositie opzette over Ernest Hemingway, waarmee hij zich de woede op de hals haalde van feministen, antiracisten en dierenactivisten. En nu is daar Herfstdraad van Jamal Ouariachi, over een schrijver die zich door de confrontatie met extreemlinkse denkbeelden voor het blok geplaatst ziet.

Lees meer »

(On)bewoonbaar. Over 'Komijnsplitsers' van Marieke Lucas Rijneveld

‘Voor alle mensenkinderen’, zo luidt de opdracht die Marieke Lucas Rijneveld aan zijn recentste bundel Komijnsplitsers laat voorafgaan. Dat is niet niets. Een dichter die zich richt tot iedereen. De term ‘mensenkinderen’ heeft daarenboven een vaag religieuze en spirituele connotatie. Maakt dat de ambitie van de bundel niet nog groter? Wellicht te groot? De poëzie als een nieuw evangelie? Als een goede boodschap? Zijn de tijden inmiddels zo kil en koud geworden dat we daar opnieuw behoefte aan hebben? Het opvallende succes van Rijnevelds werk - met de eerste Boon-literatuurprijs als recentste bekroning - maakt in elk geval duidelijk dat het een gevoelige snaar bij zijn lezers raakt. Een van de sterktes van de bundel is in elk geval dat zijn opdracht niet ironisch bedoeld is. Als er zelfrelativering in de bundel zit - en de titel die zoveel als ‘muggenzifters’ betekent, lijkt dat toch te suggereren - dan in elk geval niet in zijn verlangen om om iets mee te delen.      

Lees meer »

De biografie als ziektegeschiedenis. Over 'Cholerastad' van Atte Jongstra

In 1989 publiceerde Jongstra zijn eerste fictieboek, de verhalenbundel De psychologie van de zwavel. Het derde verhaal heette ‘Hoofdstuk vijf opnieuw gelezen’ en ging over de wetenschappelijke onderneming van twee heren, B. en P. Zij wilden nagaan hoeveel waarheid er in literatuur te vinden was en ze zochten naar een strikt wetenschappelijke methode om dat gehalte te bepalen. In hun speurtocht naar bronnen en methodes stootten ze op Bouvard et Pécuchet van Gustave Flaubert. Dat boek vol verzinsels en vaak absurde wetenschappelijke theorieën blijkt letterlijk en figuurlijk de basis en de spiegel van hun bestaan. Fictie en realiteit blijken kopieën van elkaar. Geconfronteerd met hoofdstuk vijf van Bouvard et Pécuchet zien B. en P. slechts één mogelijkheid: ‘Niet over nadenken. We kopiëren het!’

Lees meer »