Nieuwste nummer 

DW B 2022 2: Tussenruimte

 

In het rijk geïllustreerde nummer Tussenruimte streven curator Jan Lauwereyns  en fotograaf Tomohiro Hanada via kunst, liefde, natuur, filosofie naar onvatbare moments of being, naar ‘epifanische’ momenten. Via de epifanie gaat het naar een onbegrensde tussenruimte. De (Japanse) tussenruimte is als de flits van licht tussen twee eeuwigheden van duisternis. Een hyperintensief existentialisme, met omkeringen van typische rollen: de stem van de fotograaf, de blik van de dichter. Een focus die verbijstert, verwart én je ten slotte opnieuw doet kijken.

Lauwereyns en Hanada leveren, behalve een korte inleiding, zelf ook teksten en foto’s af. Met bijdragen van Anastasiya Andreeva, Nick Hannes, Mari Kashiwagi, Junko Kawakami, Hester Knibbe, Yusuke Miyake, Yasuhiro Yotsumoto en Miek Zwamborn.  

Buiten de focus introduceren we spannende nieuwe literaire stemmen als Twan Vet en Julien Staartjes. En de Russische, in
België wonende Svetlana Zakharova kijkt in haar tekst ‘Eb en bloed’ diep in de ziel van haar jeugd én haar land. Dichter Erik Spinoy zet in DW B zijn eerste stappen als prozaïst. Romancier en verhalenschrijver Rob Van Essen debuteert dan weer als dichter. Er is ook nieuwe poëzie van Peter Verhelst en Charles Ducal. Filip Rogiers  serveert met ‘Titus’ historisch proza over de zoon van Rembrandt. Kreek Daey Ouwens spit in haar verleden.

In het kader van het CELA-project brengen we een tekst van aanstormend internationaal talent: de Poolse Aleksandra Lipczak. 


Bij deze editie:

Beelden

In Tussenruimte vindt u een prachtige reeks kleurfoto's van Tomohiro HanadaZonlicht dat door openingen binnendringt.
Ook vindt u in het nummer beelden van de Japanse kunstenaar en componist Hideki Umezawa.

Smaakmaker

De inleiding van het nummer Tussenruimte werd geschreven door curator Jan Lauwereyns en fotograaf Tomohiro Hanada.

Video

Bekijk de video over Tussenruimte.


Nieuws

Foto: Jonathan Ramael

Esohe Weyden in kernredactie DW B

De kernredactie van DW B verwelkomt een nieuw lid, Esohe Weyden. Ze is  een dichteres die zich vooral bezighoudt met spoken word. Esohe Weyden is de campusdichter van Universiteit Antwerpen, waar ze rechten studeert. Ze presenteert verschillende literaire evenementen, waaronder Mensen zeggen dingen in Antwerpen en Gent en werkt ook als stadsreporter voor ATV. Ze bracht haar poëzie al op de meest uiteenlopende planken, van klassieke podia als Arenberg en Vooruit en festivals als de Gentse Feesten en Pukkelpop tot op het burgerlijk defilé van de Nationale Feestdag 2021. In het voorjaar van 2022 kwam haar debuutbundel Tussentaal uit bij Uitgeverij Vrijdag.


Klein Beschrijf

Literair journalist Dirk Leyman zorgt in Klein Beschrijf regelmatig voor verse leeswaren. Hij signaleert opmerkelijke boeken, originele publicaties, literaire essayistiek én nieuwigheden.


Literaire kritieken

DW B positioneert zich stevig middenin het literaire debat. Bekijk hieronder de nieuwste literaire kritieken.

Honger naar het vuil. Lezen achter de spijlen van Annemarie Estor

Waarin zit de panter uit Rilkes wereldberoemde gedicht eigenlijk gevangen? Zeker, er zijn de spijlen, ‘und hinter tausend Stäben keine Welt’. Maar er zijn ook Rilkes gestileerde rijmwoorden, zijn regelmatige versificatie en de puntige precisie die zo eigen is aan de Dinggedichte. Deze panter loopt niet alleen cirkeltjes in zijn kooi in de Jardin des Plantes, maar ook in het gedicht, waarin hij voor eeuwig zit opgesloten en voor eeuwig is geobjectiveerd – geraakt in zijn essentie, weliswaar, maar dan toch wel in de essentie van de dierentuinpanter, die niet op een onvoorspelbaar moment zijn opgehoopte energie kan kanaliseren.

Lees meer »

De glazen wand van de werkelijkheid. Over 'Het plein' van Jan-Willem Anker en 'Brullen' van Marie Kessels

De dichter Leopold woonde dertig jaar lang in zijn eentje in een huurkamer op de Van Oldenbarneveltstraat 121 in Rotterdam, vlakbij het gymnasium waar hij emplooi had. Het was een drukke straat in het centrum van de stad en het gefluit van de stoomtram, het geklikklak van paardenhoeven en het geroep van spelende kinderen zullen tot in de hoeken van die kamer zijn doorgedrongen, daar getuigen onder meer deze dichtregels van:

Lees meer »

In wederkerigheid van woorden. Zes dichters benaderen de werkelijkheid in taal

Soms zijn het maar enkele regels die een gedicht verbluffend maken. Neem een fragmentje uit het gedicht ‘om ’n pruim te eet’ (‘het eten van een pruim’) in Medeweten (2015), de vuistdikke nieuwe bundel van Antjie Krog (vertaald door Robert Dorsman, Jan van der Haar en Alfred Schaffer). Op het eerste gezicht is dit geen memorabel gedicht. Het eten van een pruim wordt, weinig verrassend, als een erotische ervaring beschreven: ‘iets wilds kom in jou lê as koel perfeksie / satyn-oorasemd’ (‘iets wilds als koele perfectie komt in jou te liggen / satijn-overademd’). Het woordspel in de tweede strofe doet zelfs kitscherig aan: Krog heeft het woordspelig over ‘halsheerlike kranksingigheid’ en ‘tong- / malendeskeurendevlees’ (‘halsheerlijke krankzingigheid’, ‘tong- / malend-scheurend-vlees’). Maar in de derde strofe stapt glashelder werkelijkheid het gedicht binnen:

Lees meer »

Shells off the shore. Bij de poëzie van Jeroen van Rooij

In zijn klassiek geworden artikel ‘Between Memory and History: Les lieux de mémoire’ (1989) schrijft de Franse historicus Pierre Nora dat er in de westerse samenleving geen milieux de mémoire meer bestaan. Aan het einde van de twintigste eeuw kon, zo betoogde Nora, niet langer gesproken worden van een maatschappelijk gedeeld geheugen, zoals dat er nog wel zou zijn geweest in de periode waarin de natiestaat floreerde. De hedendaagse mens moet het daarentegen doen met monumenten of ceremonies waarin het geheugen eens is vastgelegd, opdat het niet uitmondt in amnesie. Dat zijn de zogenaamde lieux de mémoire, door Nora gedefinieerd aan de hand van een zeer beeldende metafoor:

Lees meer »

Een groot verhaal en een klein. Nieuwe romans van Peter Terrin en Frank Albers

Een confrontatie waaruit beide partijen als winnaar tevoorschijn komen, dat is het nobele doel van de hiernavolgende paragrafen. De romans Monte Carlo (2014) van Peter Terrin en Caravantis (2014) van Frank Albers hebben heel verschillende kwaliteiten. Waar de eerste, zoals we van zijn auteur gewoon zijn, uitblinkt door de zorgvuldige formulering, charmeert de tweede door zijn franke engagement.

Lees meer »

Sokken en schoenen op Sandy. Over 'De kunst van het crashen' van Peter Verhelst

Op 23 april 2013 maakt de ik-verteller van Peter Verhelsts nieuwe roman een zwaar auto-ongeval mee. Hij had dood moeten zijn, maar door een of ander toeval (misschien geholpen door de stevigheid van zijn Volvo) overleeft hij de crash. Tijdens het ongeval, terwijl hij in zijn auto rondtolde, was hij nergens en overal. Achteraf lijkt hij die extatische ervaring (extatisch in de zin van ‘buiten zichzelf’) en die luttele seconden kwijt te zijn, al komen ze via allerlei echo’s zijn ‘nieuwe’ leven binnensijpelen. De driehonderd bladzijden van De kunst van het crashen proberen die verloren ervaring enigszins weer te geven om op die manier een antwoord te geven op vraag: ‘Waar was ik in dat minieme stukje tijdverlies?’ Zo concreet geformuleerd en zo direct verbonden met een auto-ongeval, lijkt de vraag nieuw in het werk van Verhelst. Maar ze sluit perfect aan bij zijn zoektocht naar stilte en stilstand die zijn recente werk kenmerkt. Het ogenblik waarop het leven even stil lijkt te vallen, terwijl het zich tegelijkertijd naar alle kanten ontplooit, staat bijvoorbeeld centraal in Verhelsts bundel Wij totale vlam (2014), waarin de vlam het moment aanduidt dat tegelijkertijd een breuk is (daarna zal het nooit meer zijn als voorheen) en een vereniging, een wij dat de kloof tussen ik en jij opheft. Maar de roman gaat een stap verder in de verkenning van het verdwenen ogenblik.

Lees meer »