Fotoreportage presentatie 'Ruimten rondom'
Op 20 september 2026 werd Ruimten rondom voorgesteld tijdens ZuiderZinnen.
Op het eerste gezicht lijken kaarten de wereld feitelijk en neutraal weer te geven. Maar welbeschouwd komt elke kaart voort uit subjectieve keuzes. Wat dat betreft zijn cartografen net verhalenvertellers: zij modelleren de werkelijkheid, lichten bepaalde elementen uit en laten informatie weg die hun verhaal niet direct dient. Diezelfde keuzes sturen onze blik en ontsluiten gebieden die we anders misschien nooit zouden betreden. Dit nummer verkent de blijvende aantrekkingskracht van kaarten, van de meesterwerken van Gerard Mercator, Abraham Ortelius en Joan Blaeu tot hedendaagse cartografische representaties.
Schrijver en beeldend kunstenaar Maarten Inghels fungeert als reisgids. Met Georges Perecs Ruimten rondom als kompas nodigde hij Vlaamse en Nederlandse auteurs uit om te reflecteren op de ruimten waarin we dagelijks leven en bewegen. Hun bijdragen voeren ons onder meer langs handlijnen, cellen, verschuivende kamers, woekerende tuinen, polders, vogelvluchten en zelfs een waterberg.
Bij elke tekst koos Inghels een bijpassende kaart uit de historische deelcollectie Topografie & cartografie van kunststichting The Phoebus Foundation, sponsor van dit nummer. Daarnaast voegden de auteurs eigen kaarten, plattegronden en blauwdrukken toe, waardoor dit nummer de vorm krijgt van een tegendraadse literaire atlas – een atlas die niet alleen de ruimten om ons heen in kaart brengt, maar vooral ook onze eigen binnenwereld.
Met bijdragen van Arnoud van Adrichem, Bob Vanden Broeck, Nikki Dekker, Tülin Erkan, Christophe Van Gerrewey, Dominique De Groen, Astrid Haerens, Sanne Huysmans, Maarten Inghels, Nik Naudts, Soe Nsuki, Anneleen Van Offel, Bart Pluym, Anne-Rieke van Schaik, Chris De Stoop, Max Temmerman, Jeroen Theunissen, Michaël Vandebril, Lotte Lola Vermeer, Wout Waanders en Wim Wauman.
Dit nummer kwam mede tot stand dankzij een financiële bijdrage van The Phoebus Foundation; daarvoor onze warme dank.
Op 20 september 2026 werd Ruimten rondom voorgesteld tijdens ZuiderZinnen.
Hoofdredacteur Carmien Michels overhandigde het eerste exemplaar, Pauwel Hertmans gaf duiding vanuit The Phoebus Foundation en curator Maarten Inghels presenteerde een literair programma met vier auteurs uit het nummer (Chris De Stoop, Lotte Lola Vermeer, Nikki Dekker en Soe Nsuki).
Daarna hieven we samen het glas op dit prachtige nummer.
Erwin Jans en Arnoud van Adrichem schreven het voorwoord van Ruimten rondom:
'Wat vertelt een kaart of plattegrond over de binnenkant van een ruimte, en wat zegt ze over de binnenkant van onszelf ? Is de vraag naar ons waar inderdaad zinvoller dan die naar ons wat?'
Situs Terrae Circulis Coelestibus Circundatae. Hemelkaart van de ptolemeïsche kijk op het heelal waarop de aarde te zien is. Uit: Andreas Cellarius, Harmonia Macrocosmica, 1708. Antwerpen, The Phoebus Foundation
Bij elke bijdrage in dit nummer zocht curator Maarten Ingels een passende kaart uit de deelcollectie van
The Phoebus Foundation. De auteurs voegden ook eigen kaarten, plattegronden en blauwdrukken toe.
Dominique De Groen
22 sep 2026 12:32
Op 20 september 2026 werd Ruimten rondom voorgesteld tijdens ZuiderZinnen.
4 sep 2026 19:01
Er zijn opnieuw twee nieuwe afleveringen van de Inktpodcast te beluisteren!
21 aug 2026 17:12
Op 20 september wordt Ruimten rondom voorgesteld tijdens ZuiderZinnen.
10 aug 2026 17:09
Aan de vooravond van de bekendmaking van de volgende Nobelprijs voor Literatuur reikt Passa Porta zijn negende Nobele Prijs uit aan Georges Perec.
1 jul 2026 19:46
Carmien Michels volgt Erwin Jans op, die blijft meewerken als auteur of gastcurator.Michels wordt de eerste vrouwelijke hoofdredacteur in 126 jaar, sinds de oprichting van DW B in 1900. We zijn verheugd haar te verwelkomen omwille van haar veelzijdige profiel, verfrissende kijk op het literaire veld en haar sterke gedrevenheid.
16 jun 2026 22:05
DW B positioneert zich stevig middenin het literaire debat. Bekijk hieronder de nieuwste literaire kritieken.
13 dec 2019 18:52
Goeie fictie speelt zich altijd af op minstens twee niveaus: het emotioneel-imaginaire, en het rationeel-encyclopedische. Van goeie fictie ondervind ik zowel iets over mezelf, mijn gevoelens en gedachten, als iets over de objectief waarneembare wereld en de mensen om me heen. Van goeie fictie moet ik altijd wel even gaan liggen, om daarna achter Wikipedia te gaan zitten, want goeie fictie ontziet in de regel hoofd noch hart. Otmars zonen is goeie fictie: de leeservaring was een sensatie, ik heb vaak op mijn lip gebeten van herkenning dan wel verbazing, ontzag dan wel geringschatting, en toen het boek klaar was ben ik me rijkelijk gaan inlezen in Shell en 'Big Oil', het levenswerk van Andrea Dworkin en Ludwig van Beethovens 32e pianosonate — reële entiteiten die in de roman als schijnbaar ongerelateerde puzzelstukjes toch in elkaar worden geschoven en bovendien passen als gegoten.
2 dec 2019 10:58
Op een dag krijgt Walter, de verteller van Walter van den Broecks nieuwe roman Niets voor de familie, bezoek in zijn huis in de Vrijheidstraat in Turnhout. Drie architecten willen hem uithoren over zijn reeds lang overleden oom, de architect Jan Jaak (Jean Jacques) Jacobs, uit bekommernis om het architecturale erfgoed dat hij nalaat. Over de bouwplannen en realisaties van Jaak, veelal in een laatmodernistische stijl, zijn de drie enigszins geïnformeerd, maar over zijn biografie tasten ze in het duister. Walter weet enkele herinneringen op te halen tijdens het gesprek. Tot een omvattend beeld van Jaak komt het niet echt, maar zijn nieuwsgierigheid is gewekt.
5 sep 2019 11:09
1 sep 2019 11:26
De eerste keer dat het me overviel, kan ik me nog goed herinneren. Het was op een warme dag, een aantal jaren geleden, tegen het einde van de lente en ik bevond me in onze tuin in Amsterdam. De prunus die dat jaar laat tot een explosieve bloei was gekomen had net haar lichtroze mantel afgelegd, de eerste bijen zoemden rondom de seringen en vlinderstruiken die uit begonnen te schieten. Zonder genade kletterden zonnestralen op mijn gezicht. De ramen van de omringende appartementen klapten een voor een open. De lucht trilde. Zo nu en dan klonk het gezang van de merels en het buiten-Europees gekrijs van de Psittacula krameri. Ik keek naar het gras onder mijn blote voeten en dacht even – zoals ik dat haast altijd doe, wanneer mijn tenen de zachte grashalmen pletten – aan Walt Whitman, misschien wel de allergrootste dichter van de moderne tijd. ‘Blijf hier bij mij, vandaag en vannacht,’ lees ik in Brassinga’s schitterende vertaling van Song of Myself, ‘en je zult de oorsprong van alle gedichten verwerven’. Vervolgens werd mijn blik in wat voelde als een leegte gezogen, ik verdween. En schrok op, nog geen seconde later was daar een plotseling ontwaken: alles baadde in licht. Voor even was ik een met het ganse gebeuren. En ik vergat mezelf. Het leek alsof mijn ogen eindeloos ver konden zien, ik was een met mijn blik geworden; en dat terwijl de tuin ommuurd was met beuken en seringen. Nog een keer Whitman, in Brassinga’s stem: ‘en het ongeziene wordt bewezen door het geziene / tot dat het ongeziene wordt en op zijn beurt bewezen wordt.’
10 jun 2019 11:54
Ieder mens bezit voorspellende gaven, alleen ziet hij het zelf niet – totdat het resultaat hem de weg verspert.
1 jun 2019 12:02
Met De Aardappelcentrale, een schelmenroman die zich afspeelt aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, voltooit Atte Jongstra, na Groente (1991) en Worst (2014), wat hij zelf ‘de klassieke drieslag van de Hollandse maaltijd’ noemt – ‘piepers, groente en vlees. In opgeteld drie boeken, die in wezen niets met eten te maken hebben.’