Magie als protest. Over 'Corpus Britney' van Dominique De Groen

Thomas van der Zwan

Een pulk. Een koraalrif. Een rioolnetwerk. Een mascaratraan. Een horror-GIF. Een outsider-weblog. Een gifgroene plas kots. Een vettige make-upveeg. Een cafévloer bij ochtend. Een plastic foetus met twee hoofdjes. Een hyperpop remix van Britney Spears’ Toxic. Een Bacardi Breezer die van een stelling, nee van een computerbureautje valt en op de vloer uiteenspat.

Corpus Britney, de debuutroman van Dominique De Groen (1991), laat zich moeizaam vatten, maar voeg bovenstaande ingrediënten samen en je krijgt een zeker idee. Het boek heeft in het Vlaamse letterenlandschap (en helaas minder in het Nederlandse) voor een kleine sensatie gezorgd en dat is volkomen terecht. Ik zou hier met clichés als ‘gedurfd’, ‘verfrissend’ of ‘woest associatief’ kunnen strooien, maar die zijn allang op dit boek geplakt. Romans als deze verschijnen niet vaak. Is het daarom sowieso een goed boek? Uiteraard niet, maar De Groen mikt hoog én schiet raak.

 

Smeuïge stijl

Het hoofdverhaal van Corpus Britney kan je kort samenvatten: paranormaal detective Malayney Melkzuur uit Glasgow gaat op zoek naar de verdwenen B-horrorfilmactrice en Britney Spears-dubbelgangster Bella Goth. Het verhaal zal ik in deze bespreking echter niet uitvoerig becommentariëren, om de eenvoudige reden dat het geen primaire rol speelt. Recent nog gaf De Groen zelf in De Standaard aan dat ‘het erom gaat je te laten meevoeren met de taal en de beelden.’ Inderdaad, dat zijn de sterkste troeven van haar boek.

De Groens stijl is heerlijk smeuïg: de zinnen zijn lang maar goed gecomponeerd, haar gebruik van stijlfiguren is scherpzinnig, de taal is sappig, met een rijke woordenschat vol slang uit de internet-, pop- en tienercultuur. Ondanks die bontheid behoudt De Groen over de volle 475 pagina’s haar gevoel voor zinsritme en blijft de tekst even kwistig uit het boek gutsen als de rum, zoete perencider, stortregen en rioolvetten die in het zich breeduit vertakkende verhaal rondvloeien.

Soms laat De Groen zich misschien wat te veel meevoeren door haar eigen taal en beelden. Zo heeft ze de neiging om hoofd- en nevenpersonages met evenveel bombast te introduceren en lijken veel personages op de auteur zelf: de lange bronnenlijst aan het einde van de roman laat immers zien dat De Groen net als de meeste bewoners van haar boek een soort monomane privédetective is, iemand die on- en offline van de ene naar de andere obsessie zwenkt en zich gretig vastbijt in researchprojecten en zoektochten naar esoterische kennis.

Zelfs simpele voorwerpen en doodgewone handelingen worden bij De Groen steevast met een stoet bijzinnen vol adjectieven gepresenteerd, zoals in de volgende passage over thee zetten:

Uit haar keukenkast kwam ogenblikkelijk een onwaarschijnlijk arsenaal aan theesoorten tevoorschijn, van conventionele smaken als Earl Grey, English Breakfast en kamille tot walnoot-perzik-saffraaninfusies, bubbelgumthee, aardbei-pastinaakthee, pijnappelthee, aftreksels van kristallen en genezende stenen zoals amethistthee, fluorietthee, Libische woestijnglasthee en abalonethee, infusies van de stoffelijke resten van historische figuren zoals de laatste dodo, Marie Antoinette of Karl Marx, en ten slotte enkele werkelijk bizarre drankjes als zwarte thee met 2% pure tranen van coltanmijnwerkers en een frisse toegevoegde appeltoets, waarvan 0,01% van de opbrengsten naar de mijnwerkers ging, of een cutting-edge inktzwarte infusie die fabelachtige voordelen beloofde, van verhoogde prestaties in bed en op de werkvloer tot het verhelpen van angststoornissen — gemaakt, zo informeerde de verpakking de nieuwsgierige consument, door een start-up uit San Francisco die een revolutionair procedé had ontwikkeld om de strepen van een levende tijger van diens vacht te scheiden en om te zetten in poedervorm.

De Groen probeert zo veel mogelijk uit te pakken met beschrijvingen, merknamen, leenwoorden en adjectieven. Als ze bijvoorbeeld een kans ziet om de bloemenstillevens van Vlaamse en Hollandse meesters te beschrijven, zal ze die hoe dan ook grijpen. Dat de gemiddelde lezer wel weet wat er zoal op die stillevens staat afgebeeld, weerhoudt De Groen er niet van om de details ervan op te sommen. Zo kan ze immers haar vocabulaire flink oprekken met ronkende woorden als ‘keizerskronen, korenbloemen, tijgerlelies.’

Dat de spanningsboog door al die bloemrijke woordenstoeten weleens verslapt, deert De Groen niet. Ze last soms op een qua plottechniek wat ongelukkig moment een zijverhaal in, of introduceert een nieuw personage (wéér een obsessieve geek) terwijl je juist wil doorlezen over de al geïntroduceerde figuren, die immers boeiend genoeg zijn. Rond het midden van de roman laat De Groen het hoofdverhaal zelfs dusdanig lang varen, dat de naam van de vermiste Bella Goth, toch de drijvende kracht achter het detectivemotief, pagina’s lang niet wordt genoemd. Zonde!

Toegegeven, de smeuïge feel die ik zojuist nog heb geprezen, komt precies voort uit De Groens ongebreidelde verteldrift en dedain voor narratieve wetten. Een iets hechtere plot had het boek beter gemaakt, maar de auteur heeft nu eenmaal radicaal voor stijl gekozen, voor een krioelende en slijmerige klodder in plaats van een statische en solide compositie, en in die opzet is ze onmiskenbaar geslaagd.

 

Lichaam

Op ideologisch vlak is Corpus Britney een diffuus boek. Laurent De Martelaere duidt het werk in zijn uitstekende bespreking op rekto:verso als een ‘cultuurkritisch essay’ en een ‘anatomie van het kapitalisme’. Dat lijkt me een tikkeltje overdreven, maar ik ben het wel met De Martelaere eens dat Britney Spears in deze roman dient als ‘symbool van de exploitatie van beroemdheden’ en dat ze ‘een laatkapitalistische logica belichaamt waarin de grens tussen persoon en product definitief is opgeheven.’

De vernuftig toegepaste schaduwpersonages en persoonswisselingen in Corpus Britney verzinnebeelden de vervangbaarheid van de popster als product. Ook de historische zijverhalen, gesitueerd in het Glasgow van de Industriële Revolutie en op de tabaksplantages van de vroege Amerikaanse kolonie, moeten de lezer gevoelig maken voor de onttoverende mechanismen van het kapitalisme. De Martelaere merkt op dat De Groen zelfs de ‘digitale infrastructuren ziet als verlengstukken van kapitalistische controle.’ De online domeinen die in een ver Y2K-verleden door bloggers werden gebruikt als beloftevolle speeltuinen, zijn tegenwoordig ‘geen alternatieve werelden, maar verdichtingen van eenzelfde machtslogica: meer data is gelijk aan meer controle.’

Tot zover is de roman dus duidelijk een antikapitalistisch pamflet en sluit de inhoud naadloos aan bij De Groens poëzie en beeldend werk, zoals De Martelaere overtuigend aantoont. Waarom noem ik het boek dan diffuus? Omdat De Groen ondanks haar protest ook blijk geeft van een mateloze en door nostalgie ingefluisterde fascinatie voor glamour, kitsch en pop. Ze wil de door winstbejag aangedreven en met botox opgepompte oppervlakkigheid van de Amerikaanse popcultuur ontmantelen, maar lijkt er tegelijkertijd in te zwelgen. Die dubbelzinnigheid heeft voor mij iets ontroerends en maakt het boek sterker. De Groen durft tegenstrijdig te zijn, vreest niet om dezelfde afgod in één adem te vervloeken en te aanbidden. Is dat niet een bijna revolutionaire houding te noemen, in onze tijd vol eendimensionale, dichtgetimmerde moraalvisies en dito romans?

Vooraan in het boek, op de binnenflap, staat een alinea uit America van de Franse filosoof Jean Baudrillard, een citaat dat eigenlijk al hint op De Groens haatliefdeverhouding met popcultuur en hyperconsumptie:

The latent, the lacteal, the lethal – life is so liquid, the signs and messages are so liquid, the bodies and the cars are so fluid, the hair so blond, and the soft technologies so luxuriant, that a European dreams of death and murder, of suicide motels, of orgies and cannibalism to counteract the perfection of the ocean, of the light, of that insane ease of life, to counteract the hyperreality of everything here.

Corpus Britney borduurt verder op Baudrillards beroemde simulacra-theorie, door te suggereren dat ieder massaproduct, of het nu tabak, frisdrank of een jonge vrouw betreft, functioneert als kopie van een kopie. Vooral wereldsterren zoals ‘Princess of Pop’ Britney Spears vallen ten prooi aan dat ondankbare lot. Het volgende motto van de roman bestaat uit twee regels uit Spears’ liedje ‘Shadow’ (een veelzeggende titel) en is op te vatten als een door de popzangeres tegen zichzelf uitgesproken verzuchting: ‘I’m watching you disappear, but you were never here.’

De titel Corpus Britney (een allusie op corpus christi, met alle transcendente boventonen die daarin resoneren) verwijst naar de popzangeres als verkoopbaar lustobject, naar het geheel van teksten over Britney Spears én naar het alomtegenwoordige lichaam van de massaconsumptie, dat majestueuze lijf waarin we wonen en waar we van eten en drinken.

 

Esoterie > engagement

Dwars door alle kapitalismekritiek heen wil De Groen dus haar heldin beschermen, ook al belichaamt haar carrière de destructieve kerngedachte van datzelfde kapitalisme. Het protest is in deze roman uiteindelijk dan ook van secundair belang. Esoterie komt bij De Groen vóór engagement. Ze is in de eerste plaats een alchemist, of een mystica, en daarna pas een activiste. Haar maatschappijkritiek komt voort uit een vrees voor de teloorgang van de toverij, niet andersom (zie ook haar aanklacht tegen de ‘commercialisering van het occulte’ op rekto:verso). Zoals de magie van het authentieke moet worden beschermd tegen de macht van het geld, moet de persoon Britney Spears worden beschermd tegen de popster met wie ze haar lichaam deelt.

Of misschien moet ik het zo zeggen: voor De Groen is de magie zelf een vorm van protest. Ze projecteert de verticaliteit van het occulte denken op de horizontaliteit van onze eigentijdse werkelijkheid en laat de onverenigbaarheid van die twee wereldbeelden voor zich spreken. In haar dichtdebuut Shop Girl (het balanseer, 2017) paste ze dat procedé toe op de kledingindustrie, in Corpus Britney op de popcultuur en online wereld. Verschillende personages, waaronder hoofdpersoon Malayney Melkzuur, de intrigerende blogger t0xic_slut en zelfs de aardsere Alexander, ervaren in hun obsessieve zoektochten ieder op hun eigen manier een soort unio mystica met het internet:

Soms, in de nacht, had ze het gevoel haar begrensde lichaam achter zich te laten en op te gaan in een vloeibare wereld van data. Hoe verlangde ze ernaar massa en substantie te verruilen voor communicatie en betekenis, haar bloed en vlees getransformeerd te zien tot glasheldere informatie! Niet langer was ze Malayney Melkzuur, voor altijd veroordeeld tot de verschijningsvorm waarin ze ter wereld was gekomen, nu werd ze x0x_psychocandy_x0x, wier mogelijke gedaantes en persona’s geen grenzen kenden behalve die van Malayneys verbeelding.

 

Bacardi Breezer

Misschien komt het doordat ik een Nederlander ben die soms de neiging heeft om alles wat Vlaams is met elkaar in verband te brengen, maar in al zijn weelde en speelsheid deed Corpus Britney me denken aan De Kapellekensbaan. Louis Paul Boon omschreef zijn magnum opus als ‘een kom mortel die van een stelling valt.’ Corpus Britney kan zich meten met de roman over Ondineke, maar een kom mortel is het zeker niet – eerder een Bacardi Breezer die door een playbackend en meedansend tienermeisje van haar computerbureau wordt gestoten en op de slaapkamervloer uiteenspat.

Wat doe je als er geen hogere werkelijkheid blijkt te zijn, het internet een slagveld is geworden en je grootste heldin wordt gedemaskeerd als een hulpeloze schim in een spiegelpaleis vol graaiers? Dominique De Groen kiest in dit memorabele romandebuut voor een radicale aanpak: graven in de trash en indie sleaze om de ondergrondse gangenstelsels te verkennen, op zoek naar de mens achter het make-upmasker, naar het heilige hart in dat door de massamedia misbruikte lichaam. Zelfs al ontdekt ze dat uiteindelijk álles corpus is, toch hervindt ze in het zoeken zelf, in het spel van taal en associaties, iets van de onaantastbaarheid die tienermeisjes en megapopsterren delen.

 

BIBLIOGRAFIE

Dominique De Groen, Corpus Britney. Het balanseer, Gent, 2025.

Thomas van der Zwan over Dominique De Groen

PDF – 105,5 KB

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.